Onderscheiding door de hele kerk

Onderscheiding door de hele kerk 1

Hoe worden we een kerk die aan onderscheiding doet?

Hoe worden we een kerk die aan onderscheiding doet?

door Nicholas Austin S.J.

 Een jaar geleden gaf ik drie lezingen over de “onderscheidende kerk” aan katholieke studenten en academici. De eerste avond sprak ik over Amoris Laetitia, waarvan het thema de onderscheiding is. Dit document volgde op twee bisschoppensynodes die de huidige crisis in de familie hadden besproken. Vanaf het begin was de communie voor hen die gescheiden en hertrouwd zijn een gevoelige kwestie die veel media-aandacht had gekregen. In plaats van een universele of canonieke norm af te kondigen, hadden de bisschoppen en paus Franciscus voorgesteld om over deze kwestie te onderscheiden.

De toepassing van regels zonder onderscheiding is onvoldoende om te achterhalen wat God vraagt van personen in concrete situaties die sterk kunnen verschillen: alleen “zorgvuldige onderscheiding in specifieke situaties” kan dat. Daarom dienen pastores, gemotiveerd door barmhartigheid, te leren hoe mensen te begeleiden en te komen tot een onderscheiding die erop gericht is mensen nauwer te betrekken bij de kerk. Bovendien wordt van pastores gevraagd om “het geweten te vormen, niet om zich daarvoor in de plaats te stellen” omdat de gelovigen “in staat zijn om zelf te onderscheiden in complexe situaties.” Paus Franciscus dringt dus aan op leren onderscheiden door pastores én gelovigen.

Ik was onaangenaam verrast door de reacties van mijn toehoorders. Als jezuïet-moraaltheoloog ben ik niet gewend van heterodoxie beschuldigd te worden wanneer ik verdedig wat de paus zegt. “De kerk brengt mensen alleen maar in verwarring”, zei iemand. Of: “Men zal denken dat álles nu mag!” Weer iemand anders citeerde een bekende theoloog die had aangetoond dat de paus niet-orthodoxe standpunten verkondigde. Sommigen waren duidelijk kwaad op de paus en op mij; zij verkozen wat zij voelden als de duidelijkheid van paus Johannes Paulus II in morele kwesties en zijn overtuiging dat hertrouwden niet te communie konden gaan. Wanneer dingen zwart of wit zijn, is het niet nodig om de grijze nuance te zoeken.

Na mijn toespraak sprak ik nog met een aantal mensen die zich bemoedigd voelden door de houding van paus Franciscus. “Hij heeft gelijk, barmhartigheid is de enige weg.” Iemand anders zei: “Dit is heel inspirerend voor iemand die in de pastoraal werkt.” Ik realiseerde me dat er ook mensen in de zaal zaten die niets hadden gezegd, ook achteraf niet – wat zouden zij denken?

De eerste christenen

De kerk is geroepen om te onderscheiden onder leiding van de Heilige Geest en te proberen dit steeds beter te doen; dit is nooit anders geweest. Zo lezen we in het boek Handelingen, in hoofdstuk 15, hoe de eerste geloofsgemeenschap geconfronteerd wordt met een test die niet van buitenaf maar van binnenuit komt. Een aantal christenen van joodse afkomst hebben oorspronkelijk niet-joodse bekeerlingen gezegd dat zij alleen gered kunnen worden wanneer zij zich eerst laten besnijden en de joodse spijswetten aannemen. Paulus en Barnabas zijn woedend omdat zij aanvoelen dat, indien iedere christen de gehele joodse Wet moet naleven, hun missie onder de niet-Joden in gevaar komt. Ze doen een beroep op Jacobus en de oudsten en het Concilie van Jeruzalem wordt bijeengeroepen.

Bedenk dat het hier gaat om twee radicaal verschillende opvattingen over het christelijke leven; het gaat niet slechts over kerkelijke discipline, maar over een fundamentele theologische kwestie. Volgens de christenen die oorspronkelijk joods waren, worden we gered door Gods wil te doen zoals beschreven in de Thora; volgens Paulus en Barnabas worden we gered door genade.

Wat zo fascinerend is aan dit eerste Concilie is dat rationele argumenten geen oplossing bieden; beide partijen kunnen steekhoudende argumenten uit de Schrift aanvoeren. De “farizeeën” kunnen citeren uit de Wet; hun tegenstanders kunnen de profeten die verklaren dat er redding is voor alle volken aanhalen. Dus moeten de oudsten een andere methode toepassen, een alternatief voor louter debat.

Hun oplossing is te luisteren, op de eerste plaats naar de getuigenis van Petrus gebaseerd op zijn ontmoeting met de “heidense” bekeerling Cornelius. Dan komt de prachtige beschrijving van hoe een aandachtige stilte neerdaalt over de deelnemers aan de bijeenkomst: ”De hele vergadering zweeg en men luisterde naar Barnabas en Paulus, die van grote wondertekenen verhaalden die God door hen onder de heidenen gedaan had” (Hnd 15,12). Let op, de oudsten van het Concilie luisteren niet zo maar, ze luisteren alert op tekens waaruit het handelen van de Heilige Geest spreekt.

Door actief te luisteren naar het werk van de Geest, erkennen zij dat deze werkzaam is onder de heidenen de gedoopt zijn, zelfs in hen die niet besneden zijn. Jacobus schrijft een brief waarin hij een en ander toegeeft aan de “farizeïsche” christenen – misschien om ze binnenboord te houden –, maar uiteindelijk staat hij de “heidense” christenen toe in de kerkgemeenschap te blijven ook al volgen zij de joodse Wet niet volledig. Het Concilie bekrachtigt het dienstwerk van Paulus en Barnabas door hen door leiders van de gemeenschap te laten begeleiden naar Antiochië. De gevolgen van deze bevrijdende kerkelijke onderscheiding onder leiding van de Geest zijn voor ons nog altijd voelbaar.

De kerk nu

Wat we zien in de vroege kerk zien we ook in de kerk vandaag, namelijk een kerk die bezig is zich te ontwikkelen in een onderscheidende kerk, een kerk in staat om het werk van de Geest onder ons te identificeren en zijn leiding te volgen. Wat we tijdens mijn toespraak tot de studenten en academici gezamenlijk ontdekten, is dat het opdringen van je mening niets oplost. We moesten stoppen met proclameren en starten met luisteren naar elkaar, vooral naar hen die nog niet gesproken hadden. Geleidelijk aan veranderden onze verhitte debatten in uitwisselingen met wederzijdse aandacht en respect. We begonnen naar elkaar te luisteren omdat we luisterden naar de Geest van Jezus. We begonnen anders te spreken, met grotere nederigheid en zonder de drang om ons eigen standpunt door te drukken. Ik geloof dat we meer geleerd hebben over waar God de kerk heenleidt dan wanneer we waren doorgegaan zonder onderscheiding.

De noodzaak van een onderscheidende kerk is een cruciaal element van de hervorming die paus Franciscus verlangt. Ik hoorde hiervan voor het eerst niet van een jezuïet maar van een dominicaan. In 2014 luisterde ik in een kerk in Belfast naar Timothy Radcliffe, voormalig magister-generaal van de dominicanen, die vertelde over de agenda van paus Franciscus voor de hervorming van de kerk. Hij had de paus onlangs ontmoet en pater Radcliffe was ervan overtuigd dat de paus Franciscus geloofde dat radicale verandering noodzakelijk was, maar dat hij geen blauwdruk of checklist had. Wat paus Franciscus wilde, aldus de dominicaan, was een kerk die “gevoelig was voor het geringste zuchtje van de Heilige Geest”, een kerk die er open voor stond om geleid te worden door “de onvoorspelbaarheid van de genade”.

We komen deze nadruk op de kerk die onderscheidt ook tegen in de hervormingen van de paus met betrekking tot de synodes, de regelmatige ontmoetingen van bisschoppen van over de hele wereld die de paus bijstaan. De bisschoppensynode werd ingesteld door Paulus VI om de geest van Vaticanum II levend te houden. Franciscus zei de bisschoppen dat de synode “een van de meest kostbare nalatenschappen van het Tweede Vaticaans Concilie” is en legde uit dat hij het als een kernaspect van zijn pontificaat beschouwt om het te “versterken”. De synode is bedoeld als het “beeld” van het Concilie en dient “de geest en methode (ervan) te weerspiegelen”.

Uit paus Franciscus’ visie voor de synodale kerk blijkt het belang van onderscheiding:

Een synodale kerk is een kerk die luistert. We hebben het hier over luisteren naar elkaar waarbij iedereen iets te leren heeft: de gelovigen, het bisschoppencollege, de bisschop van Rome. Iedereen luistert naar de ander en allemaal luisteren we naar de Heilige Geest, de “Geest van de waarheid” (Jn 14,17), om te achterhalen wat deze “zegt tot de gemeenten” (Apk 2,7).

Een synodale kerk is er dus een die onderscheidt en waar iedereen luistert naar elkaar om op die manier te luisteren naar de Heilige Geest.

Voorwaarde voor de onderscheidende, synodale kerk is voor Franciscus niet alleen luisteren, maar ook spreken. Hij vertelt hoe een kardinaal hem verontwaardigd geschreven had dat sommige bisschoppen ervoor terugschrokken om hem bepaalde dingen te zeggen, ofwel uit respect voor de paus ofwel omdat ze bang waren dat hij het er oneens mee zou zijn. Franciscus’ antwoord: “Dit is niet goed, dit is geen synodaliteit, omdat het noodzakelijk is alles te zeggen waarvan men denkt – in de Heer – dat dit gezegd moet worden; dus zonder beleefde plichtplegerij, zonder aarzeling.” De paus gebruikt een belangrijk woord uit het Nieuwe Testament om te benadrukken dat de bisschoppen moeten spreken met vrijmoedigheid: parrhesia.

Parrhesia houdt in: moedig, frank en vrij spreken. Het is de manier van spreken van de apostelen na het eerste pinksterfeest. Zoals Franciscus het de bisschoppen tijdens de synode vertelde: “Ik vraag u, met nadruk, om deze benadering te volgen als broeders in de Heer, dat wil zeggen: spreken met parrhesia en luisteren met nederigheid”. De reden waarom parrhesia nodig is wanneer een gemeenschap gezamenlijk onderscheidt, is dat de Geest de stem van een van de deelnemers kan gebruiken om zijn eigen boodschap door te geven. Zoals Franciscus het elders uitdrukt: “Tijdens de synode spreekt de geest door iedere persoon die zich door God wil laten leiden door onze God die van verrassingen houdt.” Niet klaar te staan om frank en vrij te spreken is geen teken van nederigheid, maar een kleinzielig gebrek aan bereidheid om gebruikt te worden door de Geest ten goede van iedereen.

Het woord synode, zo legt Franciscus uit, komt van het Griekse sun hodos dat letterlijk betekent: “samen op weg”. Hij benadrukt dat synodaliteit niet alleen opgaat voor bisschoppen, maar voor de hele kerk: het zou de kerk op elk niveau moeten karakteriseren. Een teken van zijn betrokkenheid bij de synodaliteit van de hele kerk is zijn besluit dat de twee synodes over de familie voorafgegaan zouden worden door een poging om alle leken-gelovigen te raadplegen. Hoewel deze consultatie niet altijd goed plaatsvond, is het opmerkelijk dat ze plaatsvond. De theologische rationale voor deze consultatie is de belangrijke rol van de Geest in de ecclesiologie van Franciscus: omdat iedere gedoopte de Heilige Geest ontvangen heeft, is iedere christen in principe in staat om de stem van de Geest te horen.

Wanneer de bisschoppen nalaten de gelovigen te raadplegen, niet luisteren naar het gevoel van de gelovigen (lat.: sensus fidelium, red.), naar hun gevoel van wat van God komt en wat niet, dan sluiten zij de kerk af voor vele tongen waarmee de Geest spreekt. De leken, van hun kant, moeten bereid zijn te spreken met parrhesia. Theoloog Gerry O’Hanlon bevestigt dat onderscheiding de cruciale factor is in het hervormingsprogramma van paus Franciscus en zijn pleidooi voor een synodale kerk. O’Hanlon:

Aan de kern van deze hervorming ligt een persoonlijk en gemeenschappelijk onderscheiden van wat God wil van onze kerk nu, een onderscheiden dat rekening houdt in zijn doctrinaire vorming met de sensus fidelium (waaronder ook volksgeloof en de stem van de armen vallen), de stem van theologen en de gezaghebbende rol van paus en bisschoppen. Het staat ook zeker open voor deelname van de leken in het bestuur van de kerk. Het potentieel voor verandering in deze meer inclusieve benadering van hoe de kerk dient voort te gaan, is enorm.

De paus erkent dus dat de hele kerk wordt opgeroepen om te onderscheiden. “Vandaag de dag dient de kerk te groeien in onderscheiding, in het vermogen om te onderscheiden.” Zijn hervormingsplannen worden gemotiveerd door een verlangen naar een meer onderscheidende kerk: in de bisschoppensynodes, de lokale kerk, de pastorale raad van de parochie, geestelijke begeleiding en, uiteindelijk, het geweten van individuele christenen. In Evangelii gaudium zegt hij: “Iedere christen en iedere gemeenschap zal onderscheiden wat de weg is die de Heer wijst”.

De rol van de ignatiaanse familie

In het antwoord op paus Franciscus’ oproep voor een kerk die aan onderscheiding doet, speelt de ignatiaanse familie een speciale rol. De eerste keer dat Sint-Ignatius geestelijke onderscheiding ervoer, toen hij herstelde van zijn oorlogswonden in Loyola, veranderde dat zijn leven. Behalve dat hij een duidelijke aanleg had om geestelijk te onderscheiden, was hij ook goed in het anderen te leren hoe dit te doen. Onderscheiding is een onderdeel van wat de jezuïeten en de ignatiaanse familie aan de kerk te bieden hebben. En toch, net als de vroege kerk, leren we nog steeds om beter te onderscheiden en nog steeds om duidelijker te krijgen hoe een onderscheidende kerk eruit zou kunnen zien. Bovenal zitten we, net als zij, nog in het proces om een onderscheidende kerk te worden.

Een woord van waarschuwing: hoewel de ignatiaanse familie een specifieke rol heeft in anderen te vormen in hoe te onderscheiden, zou het overidentificeren van onderscheiding met “ignatiaans” een barrière kunnen opwerpen in de ontwikkeling van onderscheiding als een charisma van alle gedoopte gelovigen.

[Het evangelisch onderscheidingsvermogen] komt tot stand via de geloofszin, die een gave is van de Geest aan alle gelovigen. Daarom is zij het werk van heel de Kerk, volgens de verscheidenheid van de menigvuldige gaven en charisma’s. (…)  De Kerk oefent haar evangelisch onderscheidingsvermogen dus niet alleen uit door middel van de herders (…), maar ook door middel van de leken: “Christus stelt hen aan tot getuigen en rust hen uit met geloofszin en met de gave van het Woord (vgl. Hnd 2,17-18 en Apk 19,10)” (Familiaris Consortio, 5).

Dit citaat, dat is misschien verrassend, is niet van paus Franciscus, maar van paus Johannes Paulus II, die bekend staat vanwege zijn nadruk, vooral inzake moraal, op het leergezag van het magisterium. En toch, paus Franciscus erft van zijn voorganger een theologie van de onderscheiding die voortvloeit uit de gave van de Heilige Geest bij de doop en dus van de hele kerk. Ik wil niet voorbijgaan aan de verschillen tussen deze twee mensen: waar Johannes Paulus de kerk als lerares benadrukt, accentueert Franciscus de luisterende en lerende kerk. Waar Johannes Paulus onderstreept dat de voorschriften van de natuurwet zoals die onderwezen worden door het magisterium algemeen bindend zijn en dat het geweten van de gelovigen hier trouw aan dient te zijn, verlangt Franciscus ademruimte te geven aan het geweten om te onderscheiden waar God hier en nu naartoe leidt. Beiden echter zien onderscheidingsvermogen als een charisma voor, in potentie, alle christenen en als een werk van de kerk als geheel.

 

uit: The Way, October 2019 (58/4)
     vertaling en bewerking: Wiggert Molenaar S.J.  

 

Bekijk alle artikelen van Cardorner

Deel