“Oefeningen op straat” met Christian Herwartz SJ

“Oefeningen op straat” met Christian Herwartz SJ

door Guus Timmerman

door Guus Timmerman

Christian Herwartz SJ, priester-arbeider in Berlijn, stond aan de wieg van een bijzondere vorm van de Geestelijke Oefeningen, de “Oefeningen op straat” (Exerzitien auf der Straße).

Begin 2004 stopte ik als pastoraal werker in Leusden en Achterveld en begon aan een promotieonderzoek. Als pauze tussen de ene en de andere opdracht stelde theologe Anne-Marieke Koot voor om samen met haar een bezoek aan Berlijn te brengen.

Zij kende daar de jezuïet en priester-arbeider Christian Herwartz. Hij woonde met twee medebroeders in een woongemeenschap in de wijk Kreuzberg, vlakbij de voormalige Berlijnse Muur. Deze woongemeenschap stond open voor iedere mens die aanklopte. Mijn verblijf van een paar dagen in die “Woongemeenschap Naunynstraat” (Wohngemeinschaft Naunynstraße) maakte grote indruk op me. Dat kwam door alle mensen die ik er ontmoette, door de milde wijsheid van Herwartz en zijn vriendelijk maar indringend vragen naar mijn engagement. Zijn vraag “En wie is er dan gebaat bij jouw onderzoek?” draag ik sindsdien met me mee.

Op bezoek in Nederland

Vorig jaar nam Herwartz na veertig jaar afscheid van de woongemeenschap in Kreuzberg. Hij besloot tijd te nemen om vrienden in heel Europa op te zoeken en zijn verhalen en ervaringen met hen te delen. Op uitnodiging van Anne-Marieke Koot, Gerard Moorman en ondergetekende kwam hij in september 2016 naar Nederland. In verschillende plaatsen in Nederland hadden we bijeenkomsten georganiseerd met diaconale mensen. In Amersfoort was er een bijeenkomst voor diaconale vrijwilligers uit de O.L.V. van Amersfoort parochie en mensen uit de Sant’Egidiogemeenschap in Apeldoorn. In Utrecht was een bijeenkomst van het Trainingscentrum Kor Schippers voor oudewijkenpastores. In Groningen, begeleidde hij een eendaagse “Oefeningen op straat” (Exerzitien auf der Straße).

Oefeningen op straat

In zijn autobiografische boekje Auf nackten Sohlen (2006) vertelt hij over zijn leven en hoe hij daarin is geleid bij het ontwikkelen van deze “Oefeningen op straat”. “Oefeningen op straat” is een vorm van de Geestelijke Oefeningen van de grondlegger van de jezuïeten, Ignatius van Loyola, die hij ontdekte in de negen maanden die hij als dakloze doorbracht in Manresa, aan de voet van de Pyreneeën. Voor Ignatius was het belangrijk God te zoeken en te vinden in alle dingen. De ignatiaanse Geestelijke Oefeningen duren vier weken en hebben als doel te ontdekken wat je diepste roeping is en te kiezen voor wat God met je voorheeft. “Oefeningen op straat” duurt gewoonlijk tien dagen. Je zou Herwartz kunnen zien als de ontwikkelaar ervan, maar in wat hij er zelf over vertelt, zie je dat hij ertoe is uitgenodigd en uitgedaagd. Allerlei ontmoetingen met en vragen van anderen hebben daarin een rol vervuld.

Zijn leven

Christian Herwartz werd in 1943 geboren in Oost-Duitsland. Hij verliet voortijdig de middelbare school en werkte als arbeider op een werf. In het voorjaar van 1969 trad hij in bij de jezuïeten. Er volgde een tweejarig noviciaat met veel mogelijkheden tot uitproberen. Tijdens zijn theologiestudie werkte hij als vrachtwagenchauffeur. Zo werd hij priester-arbeider en werkte hij als draaier in verschillende bedrijven in Parijs. Na deze leertijd keerde hij met een medebroeder, Michael Walzer, terug naar Duitsland. In 1975 besloot de jezuïetenorde dat het de “deelname aan de strijd om geloof en gerechtigheid” was wat de orde tot de jezuïetenorde maakte. Geloof en de inzet voor gerechtigheid hebben elkaar nodig.

Samen met Walzer en een Hongaarse jezuïet richtte Herwartz in West-Berlijn een kleine woongemeenschap op. In de wijk Kreuzberg vonden ze een woning. Alle drie verdienden ze hun brood met handenarbeid. Ze werden actief in de vakbonden. Dak- en thuislozen in nood verleenden ze gastvrijheid. Ze maakten contact met mensen aan de andere kant van de Berlijnse Muur. Gelegen in een wijk met, toen, veel Turkse gastarbeiders werd de woongemeenschap een gemeenschap van mensen uit allerlei landen en allerlei geloofsovertuigingen, wereldbeschouwingen en politieke richtingen. Sommigen verbleven er een paar dagen, anderen maakten jarenlang deel uit van de gemeenschap.

Een paar jaar na het overlijden van Walzer in 1986 geraakte Herwartz in een crisis. Zijn engagement was routine geworden. Het leven was moeizaam geworden, de vreugde verdwenen. Zijn altijd levendige contact met de Opgestane – voor hem als een broeder met wie hij altijd kon spreken – was verdwenen. Met zes medebroeders uit zes andere landen deed hij zijn derde noviciaatsjaar in een Arkgemeenschap, samenlevend met mensen met een verstandelijke beperking. Ze vertelden elkaar hun levensgeschiedenis. Na een paar dagen werd het Herwartz duidelijk waar God zich voor hem verborgen hield. Terug in de woongemeenschap in Berlijn ontdekte hij dat in Otto, een dakloze alcoholist, Jezus al een tijdje in hun midden woonde.

Mozes en de brandende doornstruik

In het voorjaar van 1989 raakte de woongemeenschap betrokken bij het lot van een groep van vijftig politieke gevangenen. In de omgang met hen liet de samenleving zien wat zij als haar belangen ziet. Een paar maanden later viel de Berlijnse Muur. Op een bijenkomst van de Europese Vrijwilligers van de sociëteit van Jezus (Jesuit European Volunteers) vertelde Herwartz het verhaal van Mozes en de brandende, maar niet verbrandende doornstuik. Mozes werd nieuwsgierig en liep naar de struik. Ergens op die weg hoorde hij de stem van God: “Kom niet dichterbij! Doe je schoenen uit, want de plek waar je staat, is heilige grond” (Ex 3,5). Dit verhaal werd voor Herwartz een belangrijk verhaal. Schoenen werden voor hem een aanduiding van de vele vormen van afstand houden tot de echte wereld.

Religieuzen tegen uitsluiting

Na de val van de Muur en de hereniging van Duitsland werd het in Berlijn steeds lastiger voor dak- en thuislozen. Door de bouwactiviteiten bleef er minder ruimte over om op straat te verblijven en mensen op straat werden gezien als schadelijk voor de waarde van huizen en gebouwen. In 1993 hield een groep mensen een protestwake voor het Berlijnse raadhuis. Herwartz verbleef vijf weken – de maximale tijd die hij als vakantie kon opnemen – met hen op straat. Een andere ontwikkeling die in die tijd begon, was de instroom van asielzoekenden en de vijandige sfeer die jegens hen werd opgebouwd. In de herfst van 1995 werd een gevangenis geopend voor de detentie van asielzoekenden in afwachting van hun uitzetting. Een kleine groep van religieuzen begon met een regelmatige protest- en gebedswake voor de muren van dit detentiecentrum. De groep Religieuzen tegen uitsluiting (Ordensleute gegen Ausgrenzung) was geboren.

Geestelijke Oefeningen anders

Ook in 1995 vroeg een jonge jezuïet aan het eind van zijn studie of hij in de woongemeenschap zijn jaarlijkse Geestelijke Oefeningen mocht komen doen. Herwartz probeerde dat af te houden, want er was volgens hem daarvoor te weinig rust en ruimte in huis, ze hadden geen kapel en hijzelf had nog nooit Geestelijke Oefeningen begeleid. Maar de jonge jezuïet hield aan en aan het eind wist hij wat hij direct na zijn studie wilde gaan doen. En Herwartz leerde dat de woongemeenschap eigenlijk een bevoorrechte plek was om Geestelijke Oefeningen te doen. Ook de andere bewoners waren voor de jonge jezuïet tot begeleiders geworden. In 1996 kwam een jonge priester om Geestelijke Oefeningen bij hen te doen. Ook hem bracht dat veel.

In de herfst van 1997 kwam een oudere medebroeder, Alex Lefrank, op bezoek. Deze had zich zeer ingespannen om de inzet voor geloof en gerechtigheid binnen de jezuïetenorde vorm te geven, maar was teleurgesteld in het resultaat ervan. Hij wilde graag bij Herwartz de Geestelijke Oefeningen doen. En hij wilde samen met Herwartz een cursus Geestelijke Oefeningen voor jezuïeten aanbieden. Herwartz stemde ermee in en in juli 1998 vond deze cursus plaats. Herwartz en Lefrank besloten de deelnemers met de tekst over Mozes en de brandende doornstruik op weg te sturen. Op zoek naar plekken die voor hen heilige grond zouden kunnen zijn en daar hun schoenen uit te trekken. Op de eerste avond stelde een van de deelnemers voor om de gebruikelijke een-op-een gesprekken te vervangen door een groepsgesprek. Dit werd ook op de daaropvolgende avonden gedaan.

Oefeningen op straat

Zo kreeg vorm wat nu “Oefeningen op straat” heet. Hoe ziet dat eruit? De deelnemers ontmoeten elkaar voor het eerst bij het, door de begeleiders bereide, avondeten. Ze zijn te gast in een door een plaatselijke gemeenschap beschikbaar gestelde ruimte, waar ze op matrassen op de grond slapen. Na het eten stelt ieder zich voor en geeft een van de begeleiders een eerste impuls om het eigen verlangen op het spoor te komen. Daarna gaat ieder slapen. De volgende dagen gaan de deelnemers elke dag na het ontbijt en een morgengebed de straat op. Meestal om 17.00 uur is er voor degenen die dat willen een viering en daarna het avondeten dat meestal door twee deelnemers is bereid. Na het eten wordt in kleine groepen van maximaal vijf deelnemers uitgewisseld, onder begeleiding van een man en een vrouw. Deze dagelijkse uitwisselingsronde is het enige dat voor iedereen verplicht is.

Eerste en tweede etappe

Oefeningen op straat bestaat uit drie etappes. De eerste etappe begint met de vragen: “Waaraan erger je je regelmatig, waarover ben je vaak bedroefd of wat doet je gauw verstarren?” Met deze vragen gaan de deelnemers de straat op. Om de openheid te bevorderen voor wat en wie zich aandient, wordt de opdracht aan de 72 leerlingen voorgelezen: “Neem geen geld mee, geen tas, geen schoenen en groet niemand” (Lc 10,4). ’s Avonds wordt in de uitwisseling gezocht naar het heel persoonlijke verlangen dat achter de gevonden antwoorden zit. In het gesprek kan ieder zijn of haar persoonlijke Godsnaam vinden die uit dat verlangen spreekt. En daarmee begint het gebed.

Na twee dagen wordt het verhaal van Mozes en de brandende doornstruik gelezen. Op straat gaat ieder op zoek naar zijn doornstruik, naar waar het brandt: waar komt Gods brandende tegenwoordigheid mij tegemoet? Waar bemerk ik: hier gaat het om mij persoonlijk? Dáár is voor mij heilige grond – daar wordt tot mij iets gezegd! ’s Avonds wordt door het toehoren en navragen van de anderen duidelijk wat er gebeurde. En welke schoenen ik uit heb te trekken. Meestal wordt deze etappe afgesloten met een voetwassing.

Derde etappe

In de derde etappe keren de deelnemers met het verhaal van de Emmaüsgangers nog een keer terug naar plekken en mensen waar hun hart brandde (Lc 24,32). Op de laatste dag worden nogmaals ervaringen gedeeld met de andere groep, als er twee groepen waren, en met de gemeenschap waar de deelnemers te gast waren. Het bereidt de deelnemers erop voor ook na de terugkeer in hun gewone leven aandachtig in luisteren en vertellen te blijven. In het herinneren én vertellen zet de ontmoeting met God zich voort (Lc 24, 35-36!). Voor het slagen van Oefeningen op straat is de begeleiding erg belangrijk. Er zijn eigenlijk drie categorieën van begeleiders: de begeleiders, de andere deelnemers en de mensen op straat. Oefeningen op straat blijft echter “Chefsache”, een zaak van de baas. God neemt met elk van de deelnemers zelf contact op en gaat met hem of haar een eigen weg. De begeleiders zijn daarbij belangrijk, maar hun bijdrage bestaat er vaak in met de deelnemers over Gods handelen in en aan hen verwonderd te zijn en met hen geheel op Gods wijsheid te vertrouwen.

uit: Diakonie&Parochie 30,1 (maart 2017)

Guus Timmerman (*1961) is werkzaam als zorgethicus en onderzoeker voor de Stichting Presentie, een organisatie die met publicaties, cursussen, trainingen en projecten een actieve bijdrage levert aan de inbedding van presentie in zorg- en hulpverleningspraktijken. 

 

 

Bekijk alle artikelen van Cardorner

Deel