
Van Ignatius zijn 6815 brieven bewaard gebleven. Ze bieden een gevarieerd en genuanceerd portret van een gestrenge, maar toch vooral heel zorgzame en empathische mens. Dat bewijst deze selectie van zes brieven: een spiritualiteit voor elke omstandigheid.
Van Ignatius zijn 6815 brieven bewaard gebleven. Ze bieden een gevarieerd en genuanceerd portret van een gestrenge, maar toch vooral heel zorgzame en empathische mens. Dat bewijst deze selectie van zes brieven: een spiritualiteit voor elke omstandigheid.
Door Mark Rotsaert sj
Over de ignatiaanse spiritualiteit is veel geschreven, allereerst over de Geestelijke Oefeningen; die zijn er als het ware het “beginsel en fundament”, van. Wie de Oefeningen doet, ontdekt dat zij een school van gebed zijn. Bij het mediteren van het evangelie groeit er gaandeweg een innige relatie met Christus die de leidraad wordt van zijn geestelijke ervaring.
Die innerlijke relatie zal de retraitant leiden bij de onderscheiding van Gods wil over zijn leven. De Geestelijke Oefeningen zijn ook een school van onderscheiding.
De Constituties van de Sociëteit van Jezus laten zien hoe de spiritualiteit van de Oefeningen gestalte krijgt binnen een concrete religieuze orde, vooral wat betreft de apostolische zending en de eigen levensstijl. De studie van de Constituties heeft een grote vlucht gekend in de tweede helft van de vorige eeuw, met name in Frankrijk.
Nieuwe geestelijke benaderingen en hedendaagse theologische reflectie zouden de kennis van deze fundamentele tekst van de Sociëteit kunnen vernieuwen.
Het Geestelijk Dagboek is een derde belangrijke tekst van Ignatius. Het is een relatief korte tekst die niet geschreven is om gelezen te worden. En toch lezen en bestuderen we deze tekst omdat hij ons Ignatius leert kennen in zijn diepste intimiteit. Het is een – soms moeilijk te ontcijferen – mystieke tekst, waarin Ignatius de heilige Drie-eenheid smeekt zijn onderscheiding omtrent de armoede in de huizen van de orde te bevestigen.
Wat God hem laat “zien” van de goddelijke Drie-eenheid is fundamenteel voor het verstaan van de ignatiaanse spiritualiteit.
De meest gelezen tekst is zonder twijfel Het verhaal van de pelgrim, waarin Ignatius een groot deel van zijn leven blootgeeft. Hij vertelt aan een medebroeder hoe God hem geleid heeft vanaf de grote ommekeer in zijn leven in 1521 op zijn ziekbed in Loyola tot aan de aankomst met zijn gezellen in Rome in 1538.
Die zeventien jaren zijn als een opeenvolging van kleine en grote momenten van onderscheiding, die allemaal over die ene vraag gaan: Wat moet ik met mijn leven doen?
De 6815 Brieven van Ignatius die bewaard zijn gebleven, beslaan niet minder dan twaalf boekdelen.
De grote meerderheid van die brieven, 5301 om precies te zijn, is gericht tot jezuïeten – individuele jezuïeten, communiteiten of de hele Sociëteit. Dit grote aantal brieven voor jezuïeten duidt op Ignatius’ verlangen om door veelvuldige correspondentie de eenheid te bevorderen in de orde die over de wereld verspreid was.
Vanuit brieven door jezuïeten naar Ignatius in Rome gezonden, liet hij omzendbrieven opstellen die bestemd waren voor alle jezuïeten. Zo kregen zij een beter zicht over wat de orde op verschillende plaatsen deed en werden zij geholpen in hun bewustwording tot een groep te behoorden.
De andere 1514 brieven zijn geadresseerd aan niet-jezuïeten. Het is verbazingwekkend te zien hoe Ignatius schrijft naar alle categorieën van mensen uit zijn tijd. Hij schrijft naar de paus, naar kardinalen en bisschoppen, naar katholieke koningen, prinsen en prinsessen, naar rectoren van universiteiten, burgemeesters van grote steden, naar vrienden en vriendinnen, naar zijn vroegere biechtvader, naar de prior van het kartuizerklooster in Keulen, naar priesters die hij uitnodigt om zich aan te sluiten bij de groep jezuïeten, naar de moeder van een novice, naar zijn familie, enzovoort.
Het onderwerp van de brieven hangt natuurlijk af van de geadresseerde. Het kan gaan over het geestelijk leven, over een apostolische zending, maar ook over de fundatie van een college of over familiale problemen.
Andere brieven betreffen de internationale politiek, financies, manieren om conflicten tussen steden te beslechten, of om ruzies binnen een huwelijk te helpen oplossen. Aan personen die een zeker gezag uitoefenden in de kerk of in de burgerlijke maatschappij stuurde hij omzendbrieven om de nieuwe orde bekend te maken. Gedurende zijn jaren in Rome had Ignatius een ongelooflijk adressenbestand bijeengekregen, wat hem hielp in zijn constant zoeken naar fondsen. Veel brieven getuigen dan ook van grote dankbaarheid voor de weldoeners van de Sociëteit.
In wat nu volgt worden een aantal, soms uitgebreide, passages uit zes brieven voorgesteld. Ze zijn gericht tot personen in heel verschillende levenssituaties: een jezuïet in vorming op reis van Rome naar Keulen, een bevriende zakenman, een jonge jezuïet in een college, een jezuïetenprovinciaal, een koning en vriend van de Sociëteit, een vicekoning in rouw.
Deze teksten willen verschillende aspecten van de ignatiaanse spiritualiteit in het dagelijkse leven onder de aandacht brengen. Het zijn slechts enkele voorbeelden van het menselijke en spirituele bestuur van Ignatius. Ze geven uiteraard geen volledig beeld van de inhoudelijke rijkdom van de 6815 brieven geschreven door Ignatius of zijn secretaris, Juan de Polanco, maar ze zijn wel representatief.
Deze brief, geschreven door Polanco op vraag van Ignatius, werd verzonden op 22 mei 1551. Arnold van Hees, geboren in 1527 te Lummen (Belgisch Limburg), student van de Sociëteit, is op weg van Rome naar Keulen. Hij had aan Ignatius gevraagd zijn theologiestudie te mogen voortzetten in Keulen, want het Romeinse klimaat viel hem te zwaar. Hij werd op zijn reis vergezeld door pater Leonard Kessel, geboren in Leuven in 1518. Wat lezen we in die brief?
Indien u beslist naar Keulen te gaan zonder onderweg halt te houden, zorg ervoor de reis te doen zonder nadeel voor uw gezondheid – hetzij in koets, hetzij te paard, hetzij per boot indien de gelegenheid zich voordoet, hetzij op een andere manier die het best uw gezondheid zou ontzien. Mocht u een of ander gezelschap vinden dat u aanstaat om de reis samen te doen, aarzel niet. (…) In Keulen en waar u zich ook moge bevinden, zult u de geestelijke wapens gebruiken die pater generaal u heeft verleend. U zult samen met pater Kessel zien wat nuttig is. Pater generaal heeft een groot vertrouwen in het onderscheidingsvermogen van u beiden.
Opvallend in deze passage is hoe ruim Ignatius is omtrent de middelen om te reizen: alles is mogelijk als het je gezondheid maar ten goede komt. De gezondheid komt ook in de volgende passage voor. Opmerkelijk is ook het vertrouwen dat Ignatius geeft aan zijn medebroeders. Zo hoopt hij ook bij hen het vertrouwen te winnen, wat een wezenlijk aspect is van het bestuur in de orde. De brief vervolgt:
U zult pater Leonard aansporen – maar dat geldt ook voor uzelf – niet te overdrijven in het werk. En ook al wordt het werk gedaan uit echte caritas, toch mag hij niet lichtzinnig omgaan met zijn gezondheid. En ook al gebeurt het soms dat zaken zich aandienen die niet zonder een grote toewijding tot een goed einde kunnen worden gebracht, toch mag hij niet te kort slapen door de nacht door te brengen in gebed of door een goed deel van de nacht niet te slapen, zoals sommigen die hem goed kennen ons hebben bericht.
Wat ik zeg over de slaap geldt ook voor het eten en voor alle andere zaken die nodig zijn om zich in goede gezondheid te houden. Alleen wat op een gezonde manier met mate gebeurt, is duurzaam, maar wat te veel geweld doet aan het lichaam zal niet lang meegaan. Wat dat betreft, moet u goed de mening van pater generaal begrijpen: geestelijke, intellectuele en lichamelijke oefeningen van boetvaardigheid moet u doen op zo’n wijze dat de caritas geleid wordt door de onderscheiding.
Zo zult u uw gezondheid bewaren om de zielen te kunnen helpen. Wat dat betreft, zal ieder van u zorgdragen voor de ander; zo zult u elkaar helpen.
Bijna deze hele tweede passage betreft een belangrijk principe in het bestuur van Ignatius: de caritas die weet te onderscheiden – de discreta caritas. Je kunt overdrijven zowel in het gebed als in het apostolisch leven. Wie zichzelf uitput, houdt het niet vol – noch in gebed, noch in dienst aan anderen. In een lange brief uit 1547 aan de jezuïeten-studenten in Coimbra (Portugal), schrijft hij:
“De onderscheiding zal de juiste maat brengen in het beoefenen van de deugden.” Het accent op de gezondheid in de brief aan Arnold van Hees is niet zonder verband met de ervaring van Ignatius zelf. In Manresa, bij het begin van zijn leven als pelgrim, hebben uren gebed en strenge boetvaardigheid zonder maat zijn gezondheid voor altijd ondermijnd.
De laatste zin uit de geciteerde passage toont hoe Ignatius verlangde dat de correctio fraterna beoefend zou worden. In een brief uit 1546 aan de drie jezuïeten die naar het Concilie van Trente worden gezonden, schrijft hij: “Om de drie dagen zal een van jullie aan de anderen vragen hem terecht te wijzen in alles wat nuttig kan zijn. Wie terecht werd gewezen zal niet reageren op wat gezegd werd; tenzij het hem gevraagd wordt. ’s Anderendaags zal de tweede die hulp vragen en zo verder. Zo zullen allen met liefde geholpen worden tot stichting van allen.”
De brief aan Arnold van Hees vervolgt met enkele suggesties wat de organisatie van hun studie betreft en eindigt met de vraag om een plan op te stellen voor roepingenpromotie in Keulen.
Jerónimo Viñes, zoon van een vooraanstaande Napolitaanse familie, heeft twee broers die jezuïet zijn, Michele en Fabrizio, en die beide in slechte gezondheid zijn. Ook Jerónimo verlangt in te treden in de Sociëteit, maar hij moet zorgdragen voor zijn ouders. Hij raakt bevriend met de Sociëteit in Napels en met Ignatius en wordt toegelaten tot de eenvoudige geloften van een jezuïet, maar “in het leven”.
Als zakenman bewijst hij veel diensten aan de jezuïeten in Napels – bijvoorbeeld bij het aankopen van gronden, notariële akten en financiële problemen. Een regelmatige correspondentie tussen Ignatius en Jerónimo is bewaard gebleven. Uit de brief van 17 november 1555 concentreren we ons op de persoonlijke problemen van Jerónimo, niet op de “zaken”.
Het lijkt me dat u zou moeten proberen om rustig te doen wat u kunt. Maak u niet ongerust over van alles en nog wat, maar laat wat u zelf niet kunt volbrengen over aan de goddelijke Voorzienigheid. God waardeert een gezonde zorg en de toewijding waarmee we zaken uit plichtsbesef op ons nemen, maar Hij houdt niet van angst en gemoedsonrust.
Wat onze beperkingen en zwakheden betreft, verlangt Hij dat wij zouden steunen op zijn kracht en zijn almacht. Hij verlangt dat wij geloven in zijn goedheid die onze onvolmaaktheid en zwakheid kan aanvullen.
Wie talrijke taken op zich neemt, zelfs met goede bedoelingen, moet ervoor kiezen alleen te doen wat binnen zijn macht ligt. Hij hoeft niet bedroefd te zijn als hij er niet in slaagt alles te doen wat hij zou willen; op voorwaarde echter dat hij alles heeft gedaan wat hij volgens zijn geweten als mens kan en moet doen.
Wanneer men bepaalde taken achterwege moet laten, moet men geduld oefenen en niet denken dat God van ons vraagt wat we niet kunnen doen. Om God te behagen – wat belangrijker is dan mensen te behagen – is het niet nodig zich bovenmate te vermoeien. Meer nog, wanneer men alles heeft gedaan wat men kon, mag men al de rest overlaten aan degene die de macht heeft alles wat Hij wil te volbrengen.
Dat het de goddelijk goedheid mag behagen om zonder ophouden het licht van zijn wijsheid mee te delen, opdat wij zijn verlangen ook in daden zouden mogen omzetten, in onszelf en in anderen. Amen.
In deze tekst zien we Ignatius in een persoonlijke relatie treden met een jonge man met een ietwat angstige natuur. Hij moedigt hem aan om meer vertrouwen te stellen in God dan in zijn eigen kunnen. Doe wat je kunt en God zelf zal je beloning zijn. Enkele elementen van onderscheiding worden aangeboden: angst of moedeloosheid komen niet van de goede geest; God is meer aan de kant van wat vertroost.
Ignatius eindigt zijn brief met een formule die, enigszins aangepast, terug te vinden is in 992 van zijn brieven. Zo vinden we ze al in een brief van 1536 aan zuster Theresa Rejadell: “Ik bid de heilige Drie-eenheid ons, in haar oneindige en hoogste goedheid, de volmaakte genade te geven zodat wij het juiste aanvoelen zouden hebben van zijn heilige wil en hem volledig uitvoeren.” Je zou in die formule een gecondenseerde formulering kunnen zien van wat de Geestelijke Oefeningen beogen. We zullen die formule terugvinden in de laatste brieven van dit artikel.
Er is een hele correspondentie betreffende Bartolomeo Romano, een jonge jezuïet in vorming op het college van Ferrara. Daaruit leren we dat hij een moeilijk karakter heeft; zijn overste klaagt over zijn onhandelbaarheid. Ignatius vraagt te temporiseren. Bovendien wil hij geen beslissing nemen zonder de jonge man zelf gehoord te hebben.
Hij vraagt aan secretaris Polanco om een brief te schrijven aan Bartolomeo: deze moet een brief schrijven, gericht aan pater generaal, waarin hij uitlegt waar volgens hem de problemen liggen. En zo gebeurt het. Het gevolg is dat de jezuïet in opleiding iets rustiger wordt en de verhoudingen in de communiteit verbeteren.
Maar twee maanden later is alles weer fout: de overste doet zijn plicht niet, de communiteit is niets waard, de jonge paters worden niet geholpen, enzovoort. Bartolomeo vraagt naar een ander college te worden overgeplaatst. En dan schrijft Ignatius hem een brief op 26 januari 1555:
Jouw brieven en die welke ik van andere paters ontving, maar toch vooral de jouwe, laten goed zien in welke toestand je je bevindt. En dat is voor mij des te pijnlijker, aangezien ik alleen maar je geestelijk welzijn en je eeuwig heil verlang. Je zou je schromelijk vergissen indien je zou denken dat de plaats waar je leeft of de overste of de medebroeders de oorzaak zijn van een gebrek aan innerlijke vrede en een tekort aan voortuitgang op de weg van de Heer.
Dit komt van binnen en niet van buiten, dat wil zeggen, van je tekort aan nederigheid, aan gehoorzaamheid, aan gebed en tenslotte je tekort aan versterving en vurigheid om voortuitgang te maken op de weg van de volmaaktheid.
Je kunt van plaats veranderen, van oversten, van medebroeders, maar indien je jezelf niet verandert, zal het nooit goed gaan. Je zult immers overal dezelfde blijven, tot je meer nederig, gehoorzaam bent geworden, vol toewijding en aan je eigenliefde afgestorven. En dus, maak werk van dat soort verandering in jou en niet van een verandering van plaats.
Ik bedoel dit: zet alles in het werk om de innerlijke mens te veranderen zoals het past bij wie de Heer wil dienen, zonder te dromen van een of andere verandering in je uiterlijke omgeving, want of het zal goed gaan waar je nu bent, in Ferrara, of het zal niet goed gaan in om het even welk college. We zijn hiervan overtuigd omdat het vaststaat dat je in Ferrara meer hulp kunt vinden dan in welk ander college.
Ik raad je het volgende aan: maak je van harte nederig tegenover je overste en vraag hem je te helpen. Open je hart voor hem in de biecht of op een andere manier die je verkiest, en aanvaard met toewijding de hulp die hij je voorstelt. Kijk naar je eigen onvolmaaktheden en heb er spijt over; kijk niet naar die van anderen. Zet je in om in het vervolg de anderen meer te stichten.
Ik vraag je: stel het geduld niet op de proef van hen die je in Jezus Christus onze Heer liefhebben en die verlangen dat je een goede en volmaakte dienaar wordt van de Heer. Schrijf me elke maand enkele woorden om te zeggen waar je vooruitgaat in nederigheid, in gehoorzaamheid, in gebed en in het verlangen naar volmaaktheid. Laat me ook weten hoe het staat met je studies.
Moge de Heer je behoeden, Ignatius
Ignatius neemt geen beslissing zonder de jonge jezuïet zelf te hebben gehoord, wat een kwaliteit is van goed bestuur. Ignatius heeft duidelijk ook eigenschappen van een psycholoog en pedagoog, en tegelijk kan hij streng zijn en vasthoudend in zijn beslissing. De brief heeft een wat strenge toon, maar toch klinkt er ook een begripvolle vader in deze brief.
In de jaren 1551-1552 is er een zware crisis in de jezuïetenprovincie van Portugal, met name in het grote vormingshuis van de jezuïeten in Coimbra waar toen ongeveer tachtig jezuïeten in opleiding waren. Ze eisten meer tijd voor gebed en meer oefeningen van boetvaardigheid, wat niet de stijl was die Ignatius wilde in de jonge orde.
Tenslotte voelde hij zich verplicht om de provinciale overste af te zetten en benoemde Diego Mirón als zijn opvolger. Mirón was het tegendeel van zijn voorganger: hij wilde alles in de hand houden, tot in de kleinste details. Maar ook dat was niet wat Ignatius wilde, zoals hij in deze korte brief van 17 december 1552 uitlegt.
Het behoort niet tot de taak van de provinciale overste, noch van de generale overste, zich tot in de details bezig te houden met de lopende zaken; ook al zou hij daartoe de nodige bekwaamheid hebben. Het is beter daar anderen mee te belasten, die dan de provinciaal kunnen informeren over wat ze gedaan hebben. Na hun mening te hebben gehoord zal de provinciaal beslissen in wat hem toekomt.
Indien er zaken zijn die men aan anderen kan toevertrouwen, hetzij om ze te bespreken, hetzij om erover te beslissen, is het veel beter ze aan anderen toe te vertrouwen vooral wat materiele zaken betreft, maar ook in veel geestelijke zaken. Dat is de wijze waar ik me aan houd en ik ervaar daarbij niet alleen hulp en verlichting, maar ook een grotere rust en een diepe innerlijke zekerheid.
En dus, zoals uw taak het vraagt, blijf stevig in de liefde en zet u met grote zorgvuldigheid in voor het algemeen welzijn van uw provincie. Voor het geven van bevelen over een of andere zaak: luister naar hen die, volgens u, het best aanvoelen wat moet worden gedaan.
Wat betreft de uitvoering van bepaalde zaken: maak u er niet druk om en bemoei u er niet mee. Wees veeleer als de universele motor die de particuliere motoren in beweging brengt. Op die manier zult u meer dingen doen, die beter zullen worden gedaan en meer in harmonie met uw opdracht.
Wanneer anderen in iets tekortschieten, is het nadeel minder groot dan indien u zelf zich vergist had. Het is beter de tekorten van de onderhorigen recht te trekken dan omgekeerd. Het is niet aan hen u te verbeteren indien u zich in iets vergist, wat gemakkelijk zou gebeuren indien u zich meer dan nodig is zou mengen in details.
Moge Jezus Christus, onze God en Heer, ons allen de genade geven zijn heilige wil altijd te kennen en volledig uit te voeren.
Ignatius
Dit is leadership avant la lettre. Kunnen delegeren is belangrijk in elk goed beleid. Ignatius legt zelfs uit hoe hij zelf het juiste midden vindt in zijn bestuur in Rome.
Er is een uitgebreide briefwisseling tussen Ignatius en koning Jan III van Portugal en veel van die brieven laten zien hoe geprivilegieerd de relatie tussen beiden was. Portugal werd de eerste jezuïetenprovincie van de Sociëteit en Simon Rodriguez, zelf Portugees en vriend van Ignatius, was de eerste provinciale overste van de jonge orde.
Mede dankzij de steun van de koning kende de Portugese provincie een grote bloei. In de universiteitsstad Coimbra was er het grootste vormingshuis van de orde. Veel jonge jezuïeten vanuit heel Europa – met name uit de Lage Landen – werden naar Coimbra gezonden.
Aan mijn Heer in onze Heer
De hoogste genade en eeuwige liefde van Christus onze Heer mogen Uwe Hoogheid bezoeken en begroeten met zijn heilige gaven en geestelijke genade.
Omdat ik niet in staat ben de reis te maken, stuur ik doctor Torres, rector van het college in Salamanca, die u deze brief zal overhandigen. Hij zal in mijn naam de handen van Zijne Hoogheid nederig kussen en hij zal U informeren over een aantal zaken waarvan ik overtuigd ben in onze Heer dat ze zullen bijdragen tot Gods eer en tot de hulp aan veel zielen in de koninkrijken van Zijne Hoogheid in wiens dienst ik sta. De oneindige en hoogste wijsheid – die mij zal oordelen – kent de genegenheid die Hijzelf mij heeft gegeven voor Zijne Hoogheid.
Die genegenheid heeft Hij ook aan het hele lichaam van de Sociëteit gegeven.
De Sociëteit herinnert zich goed hoe u als eerste van alle christelijke vorsten – en veel meer dan al de anderen – onze zaken niet alleen steeds hebt behartigd en blijft behartigen, maar ze ook beschouwd hebt als de uwe. En dus beschouwt de Sociëteit zich geheel als de zaak van Zijne Hoogheid in Christus onze Heer. Met diepe genegenheid zal de Sociëteit u altijd beschouwen als haar voornaamste beschermheer.
Ons verlangen is Zijne Hoogheid van dienst te zijn in al zijn koninkrijken in het helpen van de zielen die de goddelijke goedheid aan uw zorg heeft toevertrouwd.
Om terug te keren naar het begin van de brief, vraag ik nederig Zijne Hoogheid een audiëntie te verlenen aan doctor Torres, want wat hij aan Zijne Hoogheid zal voorstellen is van groot belang. Geef hem het krediet dat u mij zoudt geven. Ik verlaat me op Zijne Hoogheid. Ten slotte wil ik u nog zeggen dat ik de goddelijke en hoogste goedheid vraag ons allen zijn volmaakte genade te geven, opdat wij altijd het juiste aanvoelen mogen hebben van zijn heilige wil en die ook geheel en al uitvoeren.
Rome, 1 januari 1552
Van Uwe Hoogheid de zeer nederige – en voor altijd – dienaar in onze Heer, Ignatius
Wat opvalt in deze brief is de intieme relatie tussen Ignatius en de koning van Portugal; het is een relatie “in onze Heer”. Bovendien wordt deze relatie van Ignatius tot de koning ook de relatie van de Sociëteit tot de koning.
De correspondentie tussen Ignatius en Jan III, christelijke vorst van Portugal, laat duidelijk zien hoe diep die relatie wel is: beiden hebben hun zending van God ontvangen. Ook de aanspreektitel verwijst ernaar: “Aan mijn Heer in onze Heer”. Ignatius beschouwt zich als de nederige dienaar van de koning. V
erder legt de rijke correspondentie ook duidelijk het accent op het grote vertrouwen van de koning in de zending van Ignatius. Maar ook Ignatius zal nooit een beslissing nemen in verband met Portugal zonder de instemming van de koning. Een ander kenmerk van die correspondentie is de diepe dankbaarheid van Ignatius tegenover Jan III, waarvan deze brief een voorbeeld is.
Juan de Vega (1507-1558) was de onderkoning van Navarra van 1542 tot 1543. In 1543 werd hij ambassadeur bij de Heilige Stoel. In Rome leerde hij Ignatius kennen dankzij zijn vrouw Eleonora, die Ignatius bijstond in zijn sociale projecten zoals het Martahuis, opgericht om prostituees te helpen. Er ontstond een diepe vriendschap tussen Ignatius, de onderkoning, diens vrouw en hun dochter Isabelle.
Wanneer Juan de Vega tot onderkoning van Sicilië wordt benoemd verlaat het gezin Rome om zich te vestigen op het eiland. Juan de Vega en zijn vrouw Eleonora werden belangrijke medewerkers van de jezuïeten op Sicilië; zowel wat betreft de geestelijke en de liturgische hervorming op het eiland, als op sociaal vlak.
In Messina sticht Ignatius onder impuls van de onderkoning en zijn vrouw in 1548 het eerste jezuïetencollege voor niet-jezuïeten. In 1550 sticht Ignatius in dezelfde stad het eerste onafhankelijke noviciaat van de orde, waar pater Corneel Wischaven uit Leuven de eerste novicenmeester wordt.
De brief die hier volgt is een rouwbrief door Ignatius geschreven op 12 april 1550 naar aanleiding van het overlijden van Eleonora.
Monseigneur in onze Heer
De soevereine genade en eeuwige liefde van Christus onze Heer begroeten en bezoeken Uwe Hoogheid met zijn heilige en geestelijke genade.
Gisteren, vrijdag – het was al nacht –, heb ik in een brief van 30 maart vernomen dat God onze Schepper en Heer uw zo lieve en geliefde vrouw doña Eleonora tot zich geroepen heeft. Hij had haar zozeer liefgehad en verrijkt in deze wereld met zoveel gratie en uitzonderlijke deugd. Hij had zich gewaardigd haar een zo grote schat aan goede en heilige werken te geven om haar een weg te banen naar zijn hemels rijk. Moge onze Heer altijd gezegend zijn voor alles wat Hij in zijn goddelijke voorzienigheid uitvoert.
Daarop volgen enkele zinnen die duidelijk maken hoezeer Eleonora deelheeft aan de vrucht van de dood van Jezus Christus, onze Verlosser en Heer. De tekst die daarop volgt, nodigt de lezer uit de dingen innerlijk te voelen en te smaken (vgl. Geestelijke Oefeningen 2). De tekst is vol spirituele vertroosting, grandeur, bevalligheid en dankbaarheid.
Zeker, als ik alleen maar kijk naar wat Uwe Hoogheid betreft, hoe dieper en eerlijker de liefde was die wij voor haar hadden tijdens haar leven, des te minder reden we hebben om droevig te zijn. Haar leven en haar werken staan niet toe dat wij eraan twijfelen dat haar vrijgevige en welwillende Beloner haar geplaatst heeft in de rij van de gelukzaligen.
Kijkend naar ons die achterblijven, kan haar afwezigheid alleen maar een groot verdriet teweegbrengen bij hen voor wie haar aanwezigheid zo gezocht werd en zo weldoend was. Toch ben ik ervan overtuigd in onze Heer dat zij vanuit de hemel ons niet minder zal helpen, meer nog dan toen ze op aarde leefde, met een toegenomen liefde en macht, omdat ze nu verenigd is met de oneindige liefde en macht van haar Schepper en Heer.
Voor wat u meer persoonlijk aangaat, ik ben ervan overtuigd dat de goedheid en sterkte van uw ziel, waarvan de Gever van alle goeds u heeft begiftigd, u in staat zal stellen deze beproeving uit zijn hand te aanvaarden.
Moge het de soevereine Welwillendheid behagen zich aan u op intieme wijze mee te delen en uw huis en alle zaken die aan uw bestuur zijn toevertrouwd te begeleiden met een bijzondere voorzienigheid: dat zij op tastbare wijze mag laten weten dat het zijne goddelijke Majesteit is die in alles voorziet en over alles waakt. Onder zijn leiding en bestuur mag Uwe Hoogheid tot rust komen en vertroosting vinden in alles.
Wat ons betreft, om in zekere zin onze dankbaarheid te tonen die wij verschuldigd zijn aan zo veel liefde en zo veel weldaden, meer dan vanwege de noodzaak haar die zo goed geleefd en gestorven is te helpen, meer dan de gebeden en missen die in dit huis worden gedaan, hebben we aan alle huizen van de Sociëteit geschreven hetzelfde te doen, want in alle huizen kent men de verplichting die wij hebben in onze Heer, wat voor ons telkens een reden tot vreugde is.
Moge Hij in zijn oneindige en hoogste goedheid zijn heilige vrede en zijn eeuwige glorie geven aan wie uit deze wereld worden geroepen. Moge Hij aan Uwe Hoogheid en aan ons allen die achterblijven zijn volmaakte genade geven dat wij steeds zijn heilige wil mogen aanvoelen en volledig uitvoeren.
Rome, 12 april 1550
De brief eindigt met de formule die we verschillende keren tegengekomen. De voorlaatste paragraaf echter betreft de erkentelijkheid van Ignatius en van de Sociëteit jegens Eleonora. De diepe wederzijdse band tussen de onderkoning en de Sociëteit is een belangrijk aspect van de spiritualiteit van Ignatius. De brief aan de koning van Portugal was daar ook een teken van.
De erkentelijkheid jegens weldoeners heeft Ignatius in de Constituties (n. 318) verankerd: “Maar de Sociëteit moet zich meer algemeen ervan bewust blijven dat ze tegenover de stichters en hun naaste verwanten een heel bijzondere plicht van genegenheid heeft, zowel tijdens hun leven als na hun dood. Daarom hebben ze recht op alle diensten die wij, rekening houdend met onze zeer bescheiden levensstaat, hen tot Gods eer kunnen bewijzen.”
Er bestaat geen eenvoudige formule die de hele rijkdom van de spiritualiteit van Ignatius in een paar woorden zou kunnen weergeven. In dit artikel zijn we Ignatius tegengekomen in relatie met heel verschillende personen in erg diverse levenssituaties. Elke situatie geeft hem als het ware de kans om te delen wat hij geleerd heeft – wat God hem geleerd heeft – aan wie zich tot hem richten.
Veel van deze brieven handelen over geestelijke onderscheiding, over het leren omgaan met je innerlijke bewegingen, over de caritas die weet te onderscheiden wat goed is en het juiste midden te vinden – in het gebed of in om het even welke activiteit. Soms heeft Ignatius ons verrast doordat hij tegelijk vaderlijk, broederlijk, vol goedheid en empathie is, maar soms ook streng en standvastig in zijn beslissingen.
Hij nodigt uit tot nederigheid, de zekere weg om Gods wil te vinden en uit te voeren, want het gaat telkens om de grotere eer van God en niet om de eigen eer. Ignatius heeft ook geleerd dat je geest noch lichaam mag forceren indien je de mensen wil helpen. We hebben een Ignatius ontmoet die, ruim van geest, zijn medebroeders vertrouwen weet te geven; zo zullen ze leren hem vertrouwen te schenken.
Erkentelijkheid is een ander aspect van zijn manier om met mensen om te gaan. Hij vraagt aan zijn medebroeders uit te munten in dankbaarheid om elke ontvangen hulp en God, de Gever van alle goeds, te danken. Is die erkentelijkheid ook niet de vrucht van een nederige innerlijke houding?
De uittreksels van de zes geselecteerde brieven tonen hoe de spiritualiteit van Ignatius zich ontvouwt in heel verschillende situaties al naargelang de verschillende personen tot wie Ignatius zich richt. De keuze van deze brieven is noodzakelijkerwijs beperkt; vele andere hadden even goed gekozen kunnen worden. Maar de laatste brief mocht echter niet ontbreken. Ze laat zien, meer dan de anderen, hoe een menselijke relatie “in onze Heer” een diepmenselijke vriendschap kan doen ontstaan.
Zijn we dan niet dicht bij de kern van de ignatiaanse spiritualiteit, bij het hart zelf dat leven geeft aan de Sociëteit van Jezus? De ervaring van de Geestelijke Oefeningen had een nieuwe diepte gegeven aan de vriendschap die was ontstaan tussen de gezellen die Ignatius in Parijs had samengebracht.
Het werd een groep “vrienden in de Heer” zoals Ignatius het formuleerde in een brief aan een Spaanse vriend Juan de Verdolay. De uitdrukking “in onze Heer” is de uitdrukking die het meest voorkomt in de brieven van Ignatius. Een steeds inniger kennis van Christus vormt het fundament van Ignatius’ relaties met de mannen en vrouwen van zijn tijd.
De auteur is de regelmatige lezers van Cardoner welbekend. Mark Rotsaert (°1942) was onder andere novicenmeester, provinciaal overste en president van de conferentie van Europese provinciaals. Daarnaast is hij een groot expert van de ignatiaanse spiritualiteit – vandaar dat Cardoner al vaak artikelen van hem publiceerde.
Nederlandse publicatie: Dit artikel verscheen in Cardoner 2026/1
Afbeelding: Ignatius van Loyola schrijvend. Miguel Cabrera, San Ignacio escribe las constituciones, 1756. Foto: Luisalvaz / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0.

Dit artikel verscheen in Cardoner 2026/1
Bekijk alle artikelen van Cardorner