Het beleid van paus Franciscus: wat beweegt hem?

Het beleid van paus Franciscus: wat beweegt hem?

Paus Franciscus en Antonio Spadaro SJ

Wat is het beleid van paus Franciscus? Wat maakt deze paus enthousiast? Wat is de drijvende kracht achter dit pontificaat? Volgens pater Spadaro ligt het antwoord op deze vragen in de persoonlijkheid, geschiedenis en vorming van paus Franciscus.

Wat is het beleid van paus Franciscus? Wat maakt deze paus enthousiast? Wat is de drijvende kracht achter dit pontificaat? Volgens pater Spadaro ligt het antwoord op deze vragen in de persoonlijkheid, geschiedenis en vorming van paus Franciscus.

door Antonio Spadaro SJ

Zetten we eerst een stap terug in de tijd naar het Concilie van Trente (1545-1563). Al bij aanvang waren een paar jezuïeten als theologisch deskundigen hierop aanwezig: de paters Diego Laínez en Alfonso Salmerón werden door Ignatius, op verzoek van paus Paulus III, aangewezen. Claude Le Jay, aanwezig namens de bisschop van Augsburg, sloot zich bij hen aan. De stichter van de Sociëteit van Jezus, Ignatius van Loyola, instrueerde zijn confraters omtrent een geschikte houding ter zake.

Opmerkelijk is dat hij zich hiervoor niet verdiepte in leerstellige en theologische vragen. Het getuigenis van de jezuïeten door hun levenswijze was cruciaal. Hierin ligt al een eerste aanwijzing van hoe Ignatius de hervorming van de Kerk begreep in de bijzondere context van een oecumenisch concilie. Voor hem was dat allereerst een kwestie van mensen van binnenuit bekeren.

Paus Franciscus begon met een trip naar Lampedusa

Voor Ignatius vormt dat de garantie voor een hervorming van structuren. De Geestelijke Oefeningen zijn er voor de ommekeer van mensen en van de Kerk. Vanuit een dergelijke ommekeer wordt ook Franciscus’ agenda duidelijk. Zo beveelt Ignatius bijvoorbeeld aan, overeenkomstig zijn eigen levenswijze, om zieken in ziekenhuizen te bezoeken, “armen te laten biechten, te troosten, iets voor hen mee te brengen en hen tot gebed aan te sporen”. Trouw aan deze leerschool, begon Franciscus zijn pontificaat met een trip naar Lampedusa en gaf hij invulling aan de “vrijdagen van barmhartigheid” (door zijn bezoeken aan sociale projecten in Rome, red.).

Franciscus is een jezuïet. Zijn ideeën over de hervorming van de Kerk zijn ignatiaans geïnspireerd. Maar de stijl van besturen van de jezuïeten is in de loop van de geschiedenis op de verschillende niveaus van de Sociëteit en de Kerk niet steeds dezelfde geweest. Franciscus, de eerste jezuïet die tot paus is gekozen, bevindt zich in een bijzondere situatie.

Hervorming is een spiritueel proces

Los hiervan is één ding duidelijk: het spirituele charisma dat Jorge Mario Bergoglio gevormd heeft is fundamenteel. Zij die in het pontificaat van Franciscus een tegenstelling menen te zien tussen geestelijke, pastorale en structurele bekering hebben het niet goed begrepen. Hervorming is een spiritueel proces, dat – soms langzaam, soms snel – ook de vormen, de “structuren”, verandert. Maar die verandering gebeurt “connatureel”, zoals lakmoespapier van kleur verandert wanneer de zuurgraad van een vloeistof verandert. Streven naar bekering is dus geen onschuldig vroom en geestelijk project, maar een daad van radicaal bestuur.

Als er meerdere modellen van geestelijk bestuur in de Sociëteit van Jezus zijn, dan is het grote inspirerende voorbeeld voor Bergoglio de heilige jezuïet Pierre Favre (1506-1546), die Michel de Certeau eenvoudigweg de “hervormde priester” noemt. Voor Favre zijn innerlijke ervaring, kerkleer en structurele hervorming nauw met elkaar verbonden. Ook voor Ignatius gaat het in het gebed niet alleen om het hart en de geest, maar ook om het eigene van het lichaam. In een interview van augustus 2013 voor La Civiltà Cattolica (en in Streven) zei de paus: “De stroming die vooral “ascese, stilte en boetedoening” benadrukt is uit balans, maar heeft zich toch in de Sociëteit van Jezus verspreid, vooral in de Spaanse context. In plaats daarvan sta ik dicht bij de mystieke stroming van Louis Lallemant en Jean-Joseph Surin. En Favre was een mysticus.” Het is dit soort hervormingen dat paus Franciscus nastreeft.

De hervormer “ontledigd”

Wat de paus over de jezuïeten zegt, doet ons de kern van zijn hervorming en zijn radicale houding beter begrijpen. In een preek in de kerk van de Gesù in Rome op 3 januari 2014 zei hij: “Het hart van Christus is het hart van een God die zich uit liefde heeft ‘ontledigd’. Ieder van ons, jezuïeten, die Jezus volgen, moet bereid zijn zich te ontledigen, zich helemaal te geven. Wij zijn geroepen tot deze nederige houding: om ‘ontledigde’ mensen te zijn, niet op zichzelf gericht, want het centrum van de Sociëteit van Jezus wordt gevormd door Christus en zijn Kerk.” Voor Franciscus is de hervorming van de Kerk geworteld in deze ontlediging van zichzelf. Hiervoor verwijst hij vaak naar een van zijn meest geliefde passages van het Nieuwe Testament: Filippenzen 2,6-11. Dat is de ware hervorming. Als dat niet zo was, als het slechts een idee was, een ideaal project, de vrucht van eigen verlangens, zelfs van goede verlangens, dan zou het de zoveelste ideologie van verandering worden.

Zo’n hervorming zou een ideologie zijn met een vaag ijverig karakter. En ja, zoals alle ideologieën zou die gevreesd moeten worden door degenen die haar niet aanhangen. Zij zou onderhevig zijn aan de desillusie van hen die hun eigen agenda volgen. De hervorming die Franciscus in gedachten heeft, werkt pas als ze “ontledigd” wordt van die wereldse redenering. Ze is het tegenovergestelde van een ideologie van verandering. De drijvende kracht van dit pontificaat is niet om dingen te doen of om altijd en overal veranderingen te institutionaliseren, maar om momenten van ontlediging te onderscheiden zodat Christus duidelijker gezien kan worden in de missie. De onderscheiding zelf levert de structuur van de hervorming, welke de vorm aanneemt van een institutionele orde.

De toekomst van de Kerk is statisch noch rigide

“De Kerk is een instituut”, verklaarde Franciscus in een interview met Austen Ivereigh, “dat moet voorkomen dat mensen zich een abstracte Kerk van mooie, gnostische zielen voorstellen – of daar zelfs maar van dromen. Wat de Kerk tot een instituut maakt is de Heilige Geest die wanorde veroorzaakt met charismatische gaven, maar in die wanorde harmonie schept. De Kerk is een pelgrimerend en evangeliserend volk, dat altijd iedere, hoewel noodzakelijke, institutionele uitdrukking overstijgt” (Evangelii Gaudium [EG] 111). Voor Franciscus spreken Geest en instituut elkaar nooit tegen. De Kerk is gesticht en wordt gestructureerd door de Heilige Geest, en dit vermijdt “kerkelijke introversie” (EG 27), dankzij een “spanning tussen wanorde en harmonie opgeroepen door de heilige Geest”. Dit betekent dat er een vloeiend proces van institutionalisering en afbraak van het instituut is: wat nodig is, blijft; wat niet meer nodig is, verdwijnt. De toekomst van de Kerk is noch statisch, noch rigide.

Daarom is er geduld nodig om, zoals we in het evangelie lezen, het koren en het onkruid samen te laten groeien, opdat – zoals de landeigenaar zegt – “als jullie het onkruid eruit halen, (…) je (niet) tegelijk de tarwe eruit (trekt). Laat ze samen opgroeien tot de oogst, en in de oogsttijd zal ik tegen de maaiers zeggen: Haal eerst het onkruid bijeen en bind het in bussels om het te verbranden, maar verzamel de tarwe in mijn schuur” (Mt 13,29-30).

Niet-ideologisch onderscheiden

De spiritualiteit van Ignatius is geworteld in de geschiedenis en volgt haar dynamiek. Ze is als gist voor de geschiedenis en organiseert en structureert een instituut. Het geestelijk dienstwerk van Ignatius krijgt vorm in dienst aan de Kerk en structureert de Sociëteit van Jezus en haar vermogen tot dialoog met de cultuur en de geschiedenis.

Dit is de achtergrond waartegen we een meer complex beeld van Bergoglio’s manier van handelen als paus kunnen ophangen om hem beter te begrijpen. Hij merkt op dat we in Ignatius’ leven de interne samenhang van zijn project terugvinden. Maar wat is Ignatius’ “project” in de ogen van Bergoglio? Een theorie die zonder meer kan worden toegepast op de werkelijkheid? Een abstractie die in praktijk moet worden gebracht? Het is geen van beide.

Hij zet stappen op basis van geestelijke ervaring en gebed

Het ignatiaans project van Franciscus is niet het plannen van functies, niet het kiezen uit een beperkt aanbod. Zijn project bestaat uit het expliciet en concreet maken van wat hij innerlijk ervaren heeft. Dus de vraag “Wat is het programma van paus Franciscus?” heeft geen zin. De paus heeft geen kant-en-klare ideeën om toe te passen op de werkelijkheid, noch een ideologisch plan van instanthervormingen. Hij zet stappen op basis van geestelijke ervaring en gebed, die hij bij elke stap deelt in dialoog, in overleg, in een concreet antwoord op een kwetsbare menselijke situatie. Franciscus schept de structurele voorwaarden voor een echte en open dialoog, niet voorverpakt of strategisch gepland. Hij aarzelde niet om in zijn preek voor Pinksteren 2020 over de pinksterervaring van de Bovenzaal te zeggen: “De apostelen vertrekken: onvoorbereid, eropuit, ze gaan ervoor.”

Dit visioen houdt in dat de herder volledig onder Gods volk leeft, dat hij behoort tot zijn kudde. Nemen we als concreet voorbeeld wat er in Chili is gebeurd. Naar aanleiding van het rapport van mgr. Charles Scicluna over het misbruik door de geestelijkheid, schrijft Franciscus in zijn brief van 8 april 2018 aan de bisschoppen van Chili: “Wat mijzelf betreft, erken ik dat ik ernstige fouten heb gemaakt in de beoordeling van de situatie, met name door het gebrek aan betrouwbare en evenwichtige informatie, en ik zou graag willen dat u dit getrouw overbrengt. Ik vraag nu dringend om vergiffenis van iedereen die ik heb beledigd en ik hoop dit in de komende weken persoonlijk te kunnen doen in de ontmoetingen die ik zal hebben met de vertegenwoordigers van de betrokken personen.”

Uit deze woorden blijkt dat de paus, alleen door “zich onder te dompelen” in het volk en zijn lijden, zich heeft kunnen realiseren wat er gebeurd was. Dit is niet alleen een kwestie van stijl; zijn manier van doen raakt het bestuur van de Kerk structureel. Kant-en-klare ideeën hebben hier geen nut en verkregen informatie kan wel eens onevenwichtig en niet waarheidsgetrouw zijn: alleen ontmoeting met de betrokkenen en onderdompeling in de situatie maken wijs bestuur mogelijk.

Deze manier van doen wordt “onderscheiding” genoemd

Dit is een hervorming van bestuurswijze die nog verder begrepen en bestudeerd moet worden, vooral in relatie tot de tijd waarin we leven, de kerkelijke situatie en de toekomst van het christendom. Een van de meest sprekende beelden is dat van een paus die midden in de pandemie, alleen, op een leeg Sint-Pietersplein, een boodschap Urbi et Orbi uitsprak en de wereld zegende met het allerheiligste.

Deze manier van doen wordt “onderscheiding” genoemd. Het is de onderscheiding van Gods wil in het leven en in de geschiedenis. Hoewel er wordt onderscheiden in het hart, innerlijk, gaat het altijd over wat de werkelijkheid in het hart teweegbrengt. Het is een innerlijke houding die ons aanspoort om open te staan voor dialoog, voor ontmoeting, om God te vinden waar Hij zich ook vinden laat en niet alleen in vooraf bepaalde, afgebakende plekken.

Onderscheiding gaat niet over ideeën, zelfs niet over hervormingsideeën, maar over wat echt is, over verhalen, over de concrete geschiedenis van de Kerk, want de werkelijkheid gaat boven het idee. Het uitgangspunt is altijd het erkennen dat “God in alle geschapen dingen op het aardoppervlak voor mij zwoegt en werkt” (Geestelijke Oefeningen, 236). Acties en beslissingen moeten daarom vergezeld gaan van een zorgvuldig, meditatief, biddend lezen van de ervaring. En de geest die leeft heeft zijn eigen criteria. Bij een voorstel tot hervorming, is voor Franciscus niet alleen het voorstel zelf van belang, maar ook de geest – goed of slecht – die dit voorstel voortbrengt. Die blijkt niet alleen uit wat er wordt voorgesteld, maar ook uit de manier waarop en de taal waarin dat voorstel wordt verwoord. De Geestelijke Oefeningen – zoals de semioticus Roland Barthes goed had begrepen – genereren immers een taal die onderscheiding stimuleert.

Een synode is een tijd van “geestelijke oefeningen”

Voor de paus is de algemene vergadering van een synode een tijd van “geestelijke oefeningen”, waarin troost en troosteloosheid worden ervaren, waar de goede geest en de slechte geest spreken en waar verleidingen onder de schijn van het goede ook voorkomen. In een persoonlijke noot die de paus met La Civiltà Cattolica deelde, schrijft Franciscus dat de “slechte geest” er soms in slaagt “beslag te leggen op het proces van onderscheiding, ideologisch tegengestelde standpunten naar voren te schuiven, uitputtende conflicten tussen fracties op te roepen, en, erger nog, de vrijheid van geest, die zo belangrijk is voor de synodale weg, te verzwakken”.

Als dat gebeurt is er “een sfeer die de synode vervormt, reduceert en in dialectische tegenstellingen splijt, wat de missie van de Kerk op geen enkele manier helpt. Want iedereen die zich in “zijn eigen waarheid” verschanst, wordt uiteindelijk een gevangene van zichzelf en zijn ingenomen standpunt. Zo wordt samen optrekken onmogelijk”.

Verwijzend naar de Synode voor de Amazone over de priesterwijding van viri probati, schreef Franciscus: “Er was een discussie … een rijke discussie … een gefundeerde discussie, maar er was geen onderscheiding. Onderscheiding is iets anders dan het bereiken van een goede en eerlijke consensus of een relatieve meerderheid.” Hij ging verder: “We moeten begrijpen dat de synode meer is dan een parlement. In dit specifieke geval kon ze niet ontsnappen aan deze dynamiek. Omtrent dit onderwerp was er een rijke, productieve en noodzakelijke parlementaire discussie geweest; maar niet meer dan dat. Voor mij was dit doorslaggevend in de uiteindelijke onderscheiding, toen ik nadacht over hoe ik de exhortatie na de Synode moest formuleren.”

Onderscheiding blijkt de enige echt vrije weg

Het gaat hier niet om de vraag wie al dan niet gelijk heeft, laat staan of de paus het eens is met de priesterwijding van viri probati. Hier rijst de vraag hoe een beslissing wordt genomen, op welke manier je dat doet, en dan blijkt onderscheiding de enige echt vrije weg te zijn.

“De werkwijze van de Synode over de Amazone leert ons iets nieuws: het loslaten van de parlementaire logica om samen als gemeenschap te leren luisteren naar wat de Geest tot de Kerk zegt; daarom stel ik altijd voor om na een aantal tussenkomsten te zwijgen. Samen optrekken betekent tijd besteden aan eerlijk luisteren; dat stelt ons in staat de schijnbare zuiverheid van onze positie te ontmaskeren (of in ieder geval oprecht te zijn) en helpt ons om het koren, dat altijd groeit te midden van onkruid, te onderscheiden – tot aan de wederkomst van de Heer. Wie deze evangelische visie op de werkelijkheid niet begrijpt, stelt zich bloot aan onnodige bitterheid. Oprecht en biddend luisteren toont ons de “verborgen agenda’s”, die mogelijk onderdeel van een bekering kunnen zijn. Wat voor zin heeft een synode anders dan samen te luisteren naar wat de Geest tot de Kerk zegt?”

De nota besluit als volgt: “Ik denk graag dat de Synode in zekere zin nog niet afgelopen is. De tijd van receptie van het hele doorgemaakte proces, daagt ons uit om samen verder te gaan – ook met het toepassen ervan.”

De Synode is dus een plaats van onderscheiding waar voorstellen komen bovendrijven. Het pauselijke leergezag, dat zich uit in apostolische exhortaties, is een leergezag dat luistert naar voorstellen, maar ook de geest achter die voorstellen onderscheidt, zonder enige druk van media of meerderheid. Het beoordeelt of de onderscheiding werkelijk onderscheiding was, of eerder een debat. Dan beoordeelt het leergezag of het al dan niet in staat is een beslissing te nemen. Als de voorwaarden niet vervuld zijn, kan de paus niet verder, zonder daarom de waarde van de gedane voorstellen te ontkennen. Hij laat dan de discussie open en vraagt om de onderscheiding verder te zetten.

Een open proces en een historisch proces

Voor Franciscus is de vereiste houding bij het nemen van beslissingen die van de Geestelijke Oefeningen: “(N)iets anders te willen, tenzij de dienst van God onze Heer hem ertoe beweegt” (GO 155), zodat alles gedaan wordt volgens één enkel criterium: “dat het strekt tot dienst en lof van zijn goddelijke Goedheid” (GO 157), wat mystiek begrepen moet worden en niet functioneel.

De bestuurlijke beslissingen van de paus “zijn verbonden met een geestelijke onderscheiding”, die “de onvermijdelijke dubbelzinnigheid van het leven overstijgt en helpt om de meest geschikte middelen te vinden die niet altijd overeenkomen met wat groot of sterk lijkt”. De paus luistert dus naar troost en troosteloosheid, probeert te begrijpen waar ze hem naartoe leiden en neemt zijn beslissingen in overeenstemming met dit geestelijk proces.

Dit alles heeft Franciscus geleerd van de heilige Pierre Favre, die in zijn Memoriale “al het goede dat ik zou kunnen doen” onderscheidt van “de bemiddeling van de goede en heilige Geest” om te beslissen of je inderdaad alles meteen doet, ofwel of je minder doet. Zo is het mogelijk dat er bij het hervormingsproces van de Kerk dingen zijn die op zich goed lijken, maar toch niet zijn ingegeven door de Geest. Of er zijn “ware dingen” die niet met de “geest van de waarheid” kunnen worden gezegd (Memoriale, 51). De geestelijke wijsheid van Pierre Favre was duidelijk aanwezig in de leer van pater Miguel Ángel Fiorito, de geestelijke vader van de paus.

De weg die Franciscus wil inslaan is echt open

Zoals gezegd is Pierre Favre voor Franciscus de “hervormde priester”. De taak van de hervormer is om historische processen op te starten of te begeleiden. Een van de basisprincipes van de Bergoliaanse visie is: tijd is superieur aan ruimte. Hervormen betekent processen aanvangen, en niet “hoofden laten rollen” of “machtsposities bezetten”. Het is precies in deze geest van onderscheiding dat Ignatius en zijn eerste gezellen de uitdagingen van de protestantse reformatie tegemoet traden.

De paus is zich terdege bewust van de context, de situatie; hij is op de hoogte, hij luistert naar meningen; hij is aanwezig in het heden. Maar de weg die hij wil inslaan is echt open, er is geen theoretische routekaart; de weg wordt geopend door hem te gaan. Daarom is zijn “project” een doorleefde geestelijke ervaring die stapsgewijs vorm krijgt en vertaald wordt in concrete doelen, in actie. Het is geen plan dat verwijst naar te realiseren ideeën en concepten, maar een ervaring die verwijst naar “tijden, plaatsen en mensen”, om een typisch ignatiaanse uitdrukking te gebruiken. Het verwijst dus niet naar ideologische abstracties, niet naar een theoretische kijk op de dingen. Bijgevolg dringt de innerlijke visie zich niet op aan de geschiedenis om ze te ordenen volgens haar eigen kader, maar gaat ze een dialoog aan met de werkelijkheid en maakt ze deel uit van de – soms moerassige of modderige – geschiedenis van de mensen en de Kerk. Ze ontwikkelt zich in de tijd.

Franciscus is de paus van de “Geestelijke Oefeningen” die, in zijn visie, zoals de overste “de moderator van een proces moet zijn en niet slechts een beheerder”. Dit is wat echt “geestelijk bestuur” inhoudt. Bergoglio’s pontificaat en zijn verlangen naar hervorming zijn niet van een administratieve orde; het gaat om processen, sommige snel en verbijsterend, andere uiterst traag. En zij vervallen nooit in een pragmatisme dat zich beperkt tot het uitvaardigen van een document.

“Moedig zijn en toelaten dat Gods beitel ons gezicht vormt”

Toen Bergoglio werkte als priester en toen hij provinciaal was van de Argentijnse jezuïeten, legde hij in reflecties de dynamiek van het proces uit met spirituele en praktische intelligentie. Hij gebruikte daarbij een pakkend beeld uit het Evangelie: “We worden aangemoedigd om de stad te bouwen, maar misschien zal het nodig zijn om het model dat we in ons hoofd hadden af te breken. We moeten moedig zijn en toelaten dat Gods beitel ons gezicht vormt, zelfs als dat betekent dat enkele trekken, waarvan wij dachten dat ze betekenisvol waren, sneuvelen.”

In de pars destruens, de fase van het afbreken van het model, moeten we de beitel in Gods handen laten. “In deze processen betekent wachten geloven dat God groter is dan wij, dat het de Geest is die ons regeert.” De paus leeft in een constante dynamiek van onderscheiding die hem openstelt voor de toekomst. Dat geldt ook voor de hervorming van de Kerk, die geen project is, maar een werk van de Geest. De Geest ziet altijd meer dan alleen maar zwart en wit, in tegenstelling tot hen die altijd conflicten zoeken. Bergoglio ziet nuances en wil een geleidelijke aanpak. Hij probeert de aanwezigheid van de Geest te zien in het zaad dat al op kerkelijke paden is gezaaid.

Het grootste te vinden in het kleinste

Het motto dat deze visie samenvat is: Non coerceri a maximo, contineri tamen a minimo, divinum est, wat vertaald zou kunnen worden als: “Niet beperkt worden door wat groter is, maar aanwezig zijn in wat kleiner is, dat is goddelijk.”

Deze gedachte inspireert Bergoglio al sinds de jaren dat hij provinciaal was, zoals blijkt uit een essay van zijn hand: Conducir en lo grande y en lo pequeño. In dit essay stelt hij dat er niets groots of minder groots is op zichzelf: “Sint-Ignatius beoordeelt iets niet als klein of groot, zwak of sterk, in de context van een functionalistische visie op de wereld, maar vanuit een geestelijke blik op de wereld.”

De paus zegt hiermee dat het grote hervormingsproject gerealiseerd kan worden in het kleinste gebaar, in de ontmoeting met een persoon, in de aandacht voor een bepaalde noodsituatie. Dit is ook de reden waarom Franciscus zich niet alleen en in algemeenheden richt tot autoriteiten of bijzondere categorieën mensen, maar vaak rechtstreeks tot degenen die slachtoffer zijn. Hij wijst naar het kleine, naar de concrete situatie die in zichzelf de kiem draagt van de evangelische hervorming.

Maar dit betekent ook dat de “vormen” waarin hij het leergezag uitoefent flexibel worden. Een voetnoot in een document kan meer waard zijn dan een alinea; een preek in Santa Marta kan evangelischer zijn dan een officiële toespraak; een toevallige boodschap kan een even grote impact hebben als een apostolische exhortatie. De theologische intensiteit van Franciscus als drager van het leergezag respecteert niet de voorziene vormen, maar past zich aan de tijd en het moment aan.

Een proces dat grenzen en conflicten niet uit de weg gaat

Bergoglio formuleert geen heroïsche en sublieme verlangens; hij is geen “maximalist”. Hij gelooft niet in star idealisme, noch in “ethiek om de ethiek”, noch in “spirituele abstracties”. Grenzen, conflicten en problemen horen nu eenmaal bij een spirituele weg. Groei betekent ook dat je “de grenzen niet bruuskeert”. Bergoglio wil met deze uitdrukking opnieuw waarschuwen voor het agressieve idealisme, dat altijd riskeert een ideaalbeeld op de werkelijkheid te projecteren, zonder rekening te houden met de grenzen van de werkelijkheid (wat die ook mag zijn). Dit gevaar doet zich ook voor op ascetisch niveau: het niet kennen van je grenzen kan leiden tot excessen door te overdrijven of tekort te schieten omdat een gezonde basis ontbreekt.

Men moet niet bang zijn voor choquerende of alarmerende conflicten. Toen Franciscus in november 2013 met de oversten van de mannelijke religieuze ordes sprak gebruikte hij een mooi beeld: “Koester je conflicten.” Voor Bergoglio is het eigenlijke kenmerk van de Sociëteit van Jezus “het vermogen om tegenstrijdigheden met elkaar te verzoenen”. Rigiditeit is hierbij geen hulp maar iets om alert voor te zijn. Een vruchtbare geschiedenis sluit tegenstrijdigheden en problemen niet uit. Volgens Bergoglio is het zelfs niet altijd nodig om ze onmiddellijk op te lossen. Onderscheiding houdt rekening met de geschiedenis en met wat er op elk moment aan de hand is. Soms wordt een probleem opgelost zonder het onmiddellijk aan te pakken. Het is daarom noodzakelijk om de lopende processen te begrijpen, en zelfs niet te kijken naar de vragen van het moment. Vanuit dit standpunt kunnen we beter begrijpen hoe Franciscus de timing voor het hervormingsproces ziet.

Waar de wijsheid van de Geest de boventoon voert

In structuren, vooral in gezaghebbende, heilige instellingen liggen verleidingen vaak op de loer. “De boze geest,” zo schrijft Bergoglio, “is sluw genoeg om te weten dat zijn strijd echt moeilijk wordt en weinig kans op overwinning heeft, als hij te maken krijgt met mensen en gemeenschappen waar de wijsheid van de Heilige Geest de boventoon voert.”

In dit geval probeert de “vijand van de menselijke natuur” te verleiden onder de schijn van het goede. Zijn subtiliteit bereikt hier zijn hoogtepunt en zij die verleid worden geloven dat ze moeten optreden voor het welzijn van de Kerk. Hij “doet ons geloven dat de Kerk zichzelf ontrouw is en probeert ons ervan te overtuigen dat wij haar moeten redden, zelfs ondanks haarzelf. Dit blijft een voortdurende bekoring, achter veel verschillende maskers, die uiteindelijk iets gemeenschappelijk hebben: gebrek aan geloof in de kracht van God die altijd in zijn Kerk woont”.

Onder de schijn van het goede

Hier ligt ook de oorzaak van “de vruchteloze botsingen met de hiërarchie, de verwoestende conflicten tussen ‘vleugels’ (progressief of reactionair, bijvoorbeeld) binnen de Kerk … kortom, alle situaties waarin we het secundaire ‘verabsoluteren’ ”. Franciscus is niet gebonden aan politieke vleugels. Hij waardeert eerlijkheid, zowel van progressieve als van conservatieve kant. Zijn oordeel staat ook los van openheid of bekrompenheid: het gaat hem om eerlijkheid bij het vormen van een oordeel.

Daarentegen geeft de ideoloog (van rechts of links), onder de schijn van het goede, vaak toe aan de verleiding, waardoor de Kerk losraakt van de werkelijkheid en de geschiedenis, met wijdverbreide en rampzalige gevolgen. Dat zien we wanneer er figuren opduiken die de plaats van de paus willen innemen in de verdediging van de leer of de ware hervorming, of die twijfel en verwarring zaaien door ons te waarschuwen voor de gevaren voor de orthodoxie of voor de gevaren van verandering. Vooral wanneer men hypocriet een “kinderlijke toewijding” aan de Heilige Vader belijdt en zegt te spreken uit een geest van respectvolle “broederlijke correctie” is dat het geval.

De paus heeft geen routekaart

Vandaag de dag leeft bij sommige commentatoren en analisten de verleiding om zich een paus voor te stellen die beschikt over een routekaart van institutionele hervormingen, uitgewerkt in planning en management. Ook is er de verleiding om de inhoud van deze kaart te projecteren op de vooruitgang van het pontificaat en het uiteindelijk in dat licht te beoordelen. Voor Franciscus daarentegen is onderscheiding de sleutel tot de ontwikkeling en de dynamiek van zijn Petrusambt.

Er is geen theoretisch plan dat op de werkelijkheid toegepast moet worden. “De apostelen opgesloten in de Bovenzaal waren geen strategie aan het ontwikkelen; nee, ze werkten ook niet aan een pastoraal plan.” Op dit niveau vind je geen maatstaf voor de dynamiek van dit pontificaat. Er is een geestelijke dialectiek die observeert en niet alleen luistert naar de gedachten en voorstellen, maar ook kijkt uit welke geest (goed of slecht) ze voortkomen.

“Ik zie de Kerk als een veldhospitaal na een veldslag”

We moeten dan ook vermijden dat “geestelijke wereldsheid” het verlangen naar hervormingen de verkeerde kant opduwt. Wij geven hieraan toe telkens wanneer we het goede doen zonder ons te laten inspireren door de onderscheiding die samengaat met het geloof in Jezus. Eigenlijk willen we dan alleen maar onze doelen bereiken, onze “ideeën” over de Kerk doordrukken.

De wereldse logica blijft de laatste en sterkste verleiding – zelfs van structurele aard waartegen de Kerk onophoudelijk moet strijden. In zijn preek met Pinksteren 2020 zei Franciscus openlijk: “De wereldse blik ziet structuren die efficiënter moeten worden; de geestelijke blik ziet broeders en zusters die om genade smeken.” “Ik zie duidelijk”, zei de paus in zijn eerste interview in 2013 met La Civiltà Cattolica “dat wat de Kerk vandaag de dag het meest nodig heeft, het vermogen is om wonden te helen en harten van gelovigen te verwarmen door hen nabij te zijn. Ik zie de Kerk als een veldhospitaal na een veldslag. Het heeft geen zin om een ernstig gewonde te vragen of hij een hoog cholesterolgehalte of een hoog suikergehalte heeft! Zijn wonden moeten worden verzorgd. Daarna kunnen we over al het andere praten. We moeten de wonden genezen, de wonden genezen …“.

Dit artikel verscheen in Cardoner, het tijdschrift over ignatiaanse spiritualiteit.

Leven met angst, medicatie en gebed 5

bron: La Civiltà Cattolica, quaderno 4085 (2020), pag. 350-364

vertaling: Rita Vandevyvere en Jan Stuyt SJ

 

Antonio Spadaro (*1966) is een Italiaanse jezuïet
en sinds 2011 hoofdredacteur van La Civiltà Cattolica
– het oudste Italiaanse tijdschrift (1850).
Spadaro bouwde een vertrouwensrelatie op met de paus,
al snel na diens verkiezing in 2013. 

Bekijk alle artikelen van Cardorner

Deel