Een spiritualiteit van ontmoeting – Ignatius, paus Franciscus en lessen uit de school van de armen

Een spiritualiteit van ontmoeting  - Ignatius, paus Franciscus en lessen uit de school van de armen

In Ignatius’ opvatting van de armoede was volgens professor Thomas M. Kelly de ontmoeting met de armen cruciaal. Paus Franciscus trekt deze lijn door met zijn overtuiging dat de armen mee evangeliseren omdat zij ons leren wie God is.

In Ignatius’ opvatting van de armoede was volgens professor Thomas M. Kelly de ontmoeting met de armen cruciaal. Paus Franciscus trekt deze lijn door met zijn overtuiging dat de armen mee evangeliseren omdat zij ons leren wie God is.

Door Thomas M. Kelly

Een ontmoeting met de “minsten onder ons” kan verschillende effecten hebben. Ze kan onze vooroordelen versterken, leiden tot de objectivering van de “ander”, of ons inzicht in onszelf, God en onze sociale verantwoordelijkheid—en daarmee onze spiritualiteit—veranderen. Ignatius van Loyola biedt een kader om deze ontmoeting te onderzoeken, met bijzondere aandacht voor de relatie tussen de armsten en de kansrijken.

Paus Franciscus bouwt hierop voort door te benadrukken dat niet alleen de armen ons nodig hebben, maar dat ook wij gebaat zijn bij een ontmoeting die gebaseerd is op wederkerigheid.

De confrontatie met armoede stelt ons in staat te luisteren naar Gods wil en onze weg in de wereld te vinden, los van sociaal gecultiveerde en vaak beloond geachte beperkingen.

De armen hebben ons veel te leren

Paus Franciscus onderstreept dit herhaaldelijk. Zo stelt hij: “De tekst van Matteüs 25,35-36 ‘is niet enkel een oproep tot naastenliefde: het is een bladzijde Christologie die een licht werpt op het mysterie van Christus’ “ (Gaudete et exsultate, nr. 96 – de paus citeert uit Novo millennio ineunte van paus Johannes Paulus II).

Kort na zijn verkiezing tot paus toonde Franciscus niet alleen zijn betrokkenheid bij de armen, maar ook zijn interesse in hoe zij de niet-armen evangeliseren. In zijn eerste apostolische exhortatie, Evangelii gaudium, schrijft hij:

Daarom wil ik een arme Kerk voor de armen. Zij hebben ons veel te leren. Behalve dat zij deel hebben aan de sensus fidei, kennen zij met hun eigen lijden de lijdende Christus. Het is noodzakelijk dat wij ons allen door hen laten evangeliseren. De nieuwe evangelisatie is een uitnodiging om de reddende kracht van hun leven te erkennen en dit in het middelpunt van de weg van de Kerk te plaatsen. (nr. 198)

Armen en niet-armen evangeliseren elkaar

Hier introduceert Franciscus een wederzijdse evangelisatie tussen armen en niet-armen. Als we dit serieus nemen, betekent dit een fundamentele verschuiving in de katholieke spiritualiteit. Armen zijn niet langer slechts ontvangers van liefdadigheid of gerechtigheid, maar partners in een proces van wederkerige groei. Dit houdt in dat ook de welgestelden iets over zichzelf en over God ontdekken, iets wat alleen de armen hen kunnen leren.

Deze visie vindt haar wortels in het leven van Ignatius van Loyola. Toch wordt dit aspect zelden belicht buiten gesprekken van jezuïeten onderling over de gelofte van armoede. Franciscus maakt het echter tot een kernonderdeel van de spiritualiteit van ontmoeting.

Ignatius en de armen

Ignatius liet zich inspireren door de opvattingen over heiligheid die in zijn tijd dominant waren. Maar zijn daden daartoe reduceren, zou voorbijgaan aan zijn authentieke intenties. Hij deed meer dan alleen de “heiligen” navolgen die hem inspireerden.

Veel verhalen in zijn autobiografie, Het verhaal van de pelgrim, werden later door redacteuren samengesteld met een specifiek doel en publiek voor ogen. Dat betekent echter niet dat de autobiografie volledig hagiografisch is, noch dat alles erin als historisch feit moet worden geïnterpreteerd.

Een terugkerend thema in Het verhaal van de pelgrim en de Geestelijke Oefeningen is het belang van ontmoetingen met de armen, evenals “materiële” en “geestelijke” armoede. Als we aannemen dat Ignatius bewuste en oprechte keuzes maakte, dan lijkt het aannemelijk dat zijn toewijding aan armoede niet enkel voortkwam uit het volgen van heiligen, maar vooral werd gevormd door persoonlijke ervaringen met armen.

Als hij slechts een ideaal imiteerde, zou de echtheid van armoede in zijn leven – in al zijn vormen – in twijfel getrokken kunnen worden.

Drie aspecten van armoede

In zijn geschriften en daden komen drie aspecten van armoede regelmatig terug, zowel afzonderlijk als in samenhang. Het eerste is zijn praktische zorg voor armen, die begon in Azpeitia tijdens zijn herstelperiode en die zijn hele leven voortduurde.

Het tweede is zijn groeiende inzet om de zaligsprekingen voor te leven door de onderliggende oorzaken van armoede en onrecht aan te pakken – wat we vandaag sociale rechtvaardigheid zouden noemen.

Het derde element is de Deliberatie over de armoede uit de vroege jaren 1540, waarin de jezuïetenorde haar toewijding aan zowel materiële als geestelijke armoede concretiseerde. Dit betekende een leven in armoede en een diepere afhankelijkheid van God.

Directe ontmoetingen

In de tijd van Ignatius waren de “armen”: “…degenen zonder vaste bescherming, die in goede tijden konden leven van hun arbeid, maar zonder enige veiligheidsmarge. Tot de armen behoorden ook de behoeftigen en bedelaars die van stad naar stad zwierven en van liefdadigheid afhankelijk waren.”

Deze armen werden vaak opgevangen in slecht onderhouden opvanghuizen, waar ze doorgaans slechts één nacht mochten blijven. Van tijd tot tijd werd geprobeerd de zieken buiten de stad te houden. Soms erkenden stedelingen “bevoorrechte armen” – mensen die lokaal bekend waren en in kerkportieken of op straat mochten slapen.

Armen waren dus zowel zieken als mensen in financiële nood, van wie sommigen uiteindelijk rondzwervende bedelaars werden.

Toen Ignatius zijn roeping begon te volgen, nam hij “de sociaal erkende status van boeteling” aan. Hij gaf zijn rijke kleding op in ruil voor eenvoudige kleren.

Tranen van mededogen

In zijn autobiografie beschrijft hij een veelzeggende gebeurtenis: nadat hij zijn kleding aan een arme man had gegeven, werd deze man beschuldigd van diefstal en gestraft. Toen Ignatius dit hoorde, “sprongen hem de tranen in de ogen uit medelijden met de arme aan wie hij zijn kleren had gegeven” (Het verhaal, nr. 18).

Deze reactie is veelzeggend. Waarom raakte dit hem zo? Wat betekenden zijn tranen? In de Geestelijke Oefeningen wordt deze ervaring van tranen van medelijden vertroosting genoemd: een emotie die naar God leidt.

Misschien bracht deze ten onrechte beschuldigde arme man Ignatius tot een dieper begrip van de passie van Christus. Dit moment versterkte zijn verlangen om volledig afhankelijk van God te zijn tijdens zijn pelgrimstocht, zonder de zekerheid van gezelschap of financiële middelen. Hierdoor ervoer hij zelf armoede, mishandeling en andere vernederingen.

De diepere oorzaken

Terwijl Ignatius tijdens zijn pelgrimstocht in opvanghuizen hielp, verdiepte hij zich ook in de diepere oorzaken van sociale misstanden. Bij zijn terugkeer in Azpeitia zette hij zich in voor het aanpakken van sociale en morele problemen, zoals gokken, “priesterlijke concubinage” en de behoefte aan een meer betrouwbare en structurele voorzieningen voor de armen.

Zijn inspanningen om opsluiting wegens schulden te beëindigen en een gemeenschappelijke hulpdienst voor armen op te zetten, gingen verder dan individuele hulpverlening.

“Casa Marta” in Rome probeerde de oorzaken van prostitutie aan te pakken door vrouwen vaardigheden aan te leren waarmee ze in hun levensonderhoud konden voorzien. Daarnaast bood het mogelijkheden tot verzoening met hun echtgenoot of de intrede in een klooster.

De eerste colleges

Toen de jonge jezuïetenorde zich op onderwijs begon te richten, was het cruciaal om ook de armen erbij te betrekken. Ignatius weigerde een school te openen voordat deze financieel zelfstandig kon functioneren, omdat hij de armen en de rijken samen wilde onderwijzen ten behoeve van het algemeen welzijn.

Volgens Demoustier bevonden de colleges zich “tussen de dienst aan de elite, die er geen behoefte aan had omdat hun kinderen privéonderwijs genoten, en de allerarmsten, die geen toegang hadden tot onderwijs”. Dit apostolaat bevond zich tussen particuliere liefdadigheid en een bredere sociale dienstverlening.

Het sociale effect hiervan was dat een zo groot mogelijk aantal mensen toegang kreeg tot de nieuwe cultuur van het boek en het geschreven woord, zonder sociale barrières op te werpen boven de barrières die al bestonden. Ignatius weigerde selectieve toelating tot de colleges en begreep het belang van onderwijs vanaf jonge leeftijd.

Aanvankelijk hielp Ignatius de armen direct, maar later richtte hij zich ook op de sociale structuren die mensen marginaliseerden die schulden hadden, in de prostitutie werkten of geen toegang hadden tot onderwijs. Hoewel het begrip “sociale structuren” destijds niet gangbaar was, zette Ignatius zich duidelijk in voor meer dan incidentele liefdadigheid.

Luisteren naar God met de armen

De verschillende aspecten van Ignatius’ gedachtegoed over ontmoeting met de armen, vrijwillige armoede en geestelijke armoede komen samen in een brief aan de jezuïeten in Padua. Hierin benadrukt hij het belang van het ontmoeten van de armen en dat de combinatie van materiële en geestelijke armoede innerlijke vrijheid geeft om naar God te luisteren.

Volgens Ignatius is het essentieel om de armen persoonlijk te kennen. Jezus koos zijn vrienden grotendeels uit de armen, en het was voor de armen dat Christus op aarde werd gezonden. Vriendschap met de armen maakt ons vrienden van de Eeuwige Koning. Wie vrijwillig armoede aanneemt, ontvangt dezelfde voordelen door te kiezen voor de “kostbare schat” van Christus en de Kerk, in plaats van wereldse rijkdom.

Deze vriendschap betekent zowel dienstbaarheid aan hen die lijden als het delen in hun (onvrijwillige) afhankelijkheid van God. Dit tweevoudige begrip van armoede – de ontmoeting met de armen en de afhankelijkheid van God – komt de missie van de Sociëteit van Jezus ten goede. “Armoede stelt ons in staat om de stem (dat wil zeggen de inspiratie) van de Heilige Geest beter te horen, omdat ze de hindernissen wegneemt die deze buitensluiten.”

Zij die alleen op God kunnen vertrouwen

Demoustier benadrukt dat Ignatius veel leerde van degenen die niemand anders dan God konden vertrouwen.

In de school van de armen leerde Ignatius af te zien van eigen projecten. Het was dankzij deze nederigheid, die hem in staat stelde te herkennen wat zijn bekering tot en ervaring met de Heer in het diepst van zijn wezen hadden gegrift, dat hij kon onderscheiden dat zijn toekomst lag in het verlangen om te werken aan zijn algemene ontwikkeling en volledig deel te nemen aan de dynamiek van de cultuur van zijn tijd…

Volgens de “heilige leer” van de Geestelijke Oefeningen is de ware arme degene die niet beschermd is of zichzelf niet beschermt tegen vernederingen en zo de nederigheid bereikt die een werkelijke vrije keuze mogelijk maakt. De belangrijkste leidraad is: de verwerping van de heersende norm als criterium voor beslissingen. Zalig zijn de armen.

Armoede voor de vroege metgezellen

De Deliberatie over de armoede biedt, hoewel zij maar kort is, toch een goed inzicht in het proces van onderscheiding van Ignatius en zijn metgezellen. De eerste fase van het proces betrof de voor- en nadelen van een vast inkomen. Voordelen van het hebben van een vast inkomen waren onder meer: minder moeilijkheden bij het in stand houden van de orde, minder vervelende en weinig verheffende bedelarij, meer tijd om geestelijk dienstwerk te verrichten en beter onderhouden kerken.

Nadelen waren onder andere: minder bereidheid om te reizen en ontberingen te doorstaan, minder getuigenis van ware armoede en het risico op ongelijkheid binnen de orde.

Daarentegen had het ontbreken van een vast inkomen ook voordelen: grotere geestelijke kracht en minder gierigheid, grotere afhankelijkheid van God en een trouwere navolging van Christus. Het bevorderde bovendien de vrijheid om over geestelijke zaken te spreken en om armoede als voorbeeld te leven. Ook was armoede zonder vast inkomen volmaakter en was het de weg die Christus zelf koos.

Keuze om te leven zonder vast inkomen

Na deze overwegingen kozen de eerste tien metgezellen voor een leven zonder vast inkomen. Kort daarna vroegen en ontvingen zij de pauselijke bul met de toestemming voor de oprichting van de Sociëteit van Jezus.

Het onderscheidingsproces dat leidde tot deze manier van armoede was gemeenschappelijk en in overeenstemming met het Uitgangspunt en fundament en de Richtlijnen gegeven in de Geestelijke Oefeningen. De doelstelling is het verlangen om God oprecht te dienen, het verwijst voortdurend naar de arme Jezus en evalueert materiële zekerheid op grond van de vraag of het God verheerlijkt, prijst of eert.

De Bijbelse tegenstelling tussen liefde voor God en naaste enerzijds en liefde voor rijkdom en zekerheid anderzijds was overal werkzaam, evenals het vermijden van gierigheid. Tenslotte, het verband tussen geestelijke en materiële armoede en afhankelijkheid van God is cruciaal voor Ignatius en de metgezellen.

Het lijkt erop dat zij Christus’ armoede op die manier begrepen binnen de historische context en hierin een leidraad voor hun eigen roeping zagen.

Paus Franciscus: evangelisatie door de armen

Paus Franciscus benadert het thema van de ontmoeting met de armen, vrijwillige armoede en geestelijke armoede op een manier die veel overeenkomsten vertoont met Ignatius, maar met andere accenten.

Hij erkent Ignatius’ belangrijkste bijdragen en breidt deze uit door te benadrukken hoe de armen en vrijwillige armoede anderen evangeliseren – oftewel, hoe ze ons expliciet leren over God.

In zijn eerste apostolische exhortatie als paus benadrukt hij dat de rol van de armen en vrijwillige armoede niet beperkt blijft tot religieuze orden, maar centraal staat voor de hele Kerk: “De nieuwe evangelisatie is een uitnodiging om de reddende kracht van hun leven te erkennen en dit in het middelpunt van de weg van de Kerk te plaatsen” (Evangelii gaudium, nr. 198).

Deze benadering, geïnspireerd door Ignatius, is breder en omvat alle gelovigen in het licht van de tekenen van de tijd. De kern blijft hetzelfde, maar Franciscus voegt iets toe: hoe de armen de niet-armen evangeliseren. Dit idee was bij Ignatius al aanwezig, zij het impliciet.

De armen ontmoeten in wederkerigheid

Paus Franciscus bespreekt hoe we de armen kunnen ontmoeten als we van hen willen leren. Hij verwijst naar het ignatiaanse principe om “God te zoeken in alles” en stelt dat wij geroepen zijn Christus in hen te herkennen.

Dit betekent niet alleen luisteren, begrijpen en hen een stem geven, maar ook echte vriendschap aangaan en openstaan voor de mysterieuze wijsheid die God ons via hen wil meedelen: “Wij zijn geroepen Christus in hen te ontdekken, hun een stem te geven in hun aangelegenheden, maar ook hun vrienden te zijn, naar hen te luisteren, hen te begrijpen en de mysterieuze wijsheid aan te nemen die God ons door middel van hen wil meedelen” (Evangelii gaudium, nr. 198).

Vriendschap en gelijkwaardigheid staan voorop, gevolgd door de nederigheid om te luisteren en onze positie te gebruiken om voor de armen te spreken. Zo ontdekken we iets over God. Deze ontmoeting erkent de innerlijke goedheid van de armen en overstijgt louter materiële hulp. Het doel van onze menselijke reis is liefde en dienstbaarheid aan anderen en zo God lief te hebben als kern. Wat we gratis van God ontvingen (zijn genade en liefde), delen we nu gratis met anderen.

De angst om kwetsbaar te zijn.

Deze ontmoetingen bieden de armen oprechte hoop en helpen hen eenzaamheid te overwinnen. Tegelijkertijd confronteren ze ons met ongemak en angst. Franciscus wijst erop dat degenen die lijden onder armoede ons kunnen dwingen onze diepste onzekerheden onder ogen te zien. In een cultuur die zelfredzaamheid en materiële zekerheid als ideaal ziet, vormt afhankelijkheid een bedreiging.

De angst om kwetsbaar te zijn, om zonder materiële zekerheden te leven, weerhoudt veel mensen ervan om echt in relatie te treden met de armen. Maar juist in die kwetsbaarheid ligt een diepere waarheid verscholen: de waarheid van de menselijke verbondenheid en de afhankelijkheid van Gods genade.

Door werkelijk in contact te komen met de armen, ontdekken we de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan en bevrijden we ons van diepgewortelde westerse idealen zoals individualisme en eigenbelang. Franciscus benadrukt:

Het evangelie nodigt ons uit de waarheid van ons hart te erkennen om te zien waar wij de zekerheid van ons leven leggen. Gewoonlijk voelt de rijke zich zeker met zijn rijkdommen en denkt dat, wanneer deze in gevaar zijn, heel de zin van zijn leven op aarde afbrokkelt. Jezus zelf heeft het ons gezegd in de parabel van de dwaze rijke, wanneer hij het heeft over die zelfverzekerde man die als een dwaas niet eraan dacht dat hij die dag nog kon sterven (vgl. Luc. 12, 16-21). (Gaudete et exsultate, nr. 67)

Openheid voor spirituele armoede

Wat stelt ons in staat om te leren van hen die lijden door armoede en marginalisatie? Welke barrières – cultureel, economisch, sociaal of spiritueel – voorkomen dat wij leren van de armen? Wat weerhoudt ons ervan om vrijwillig afhankelijk te zijn van God? Hoe kunnen we ons openstellen voor de ervaring van spirituele armoede en deze integreren in ons dagelijks leven?

Paus Franciscus heeft gelijk wanneer hij verklaart: “Van Hem afhankelijk zijn bevrijdt ons van slavernij en brengt ons ertoe onze waardigheid te erkennen” (Gaudete et exultate, nr. 32). De vraag wordt nog wat aangescherpt. Wat weerhoudt ons van het zoeken van vrijwillige afhankelijkheid?

Christendom is meer dan een geheel van ideeën

Traditionele academische theologie, zoals onderwezen aan veel rooms-katholieke universiteiten en seminaries, steunt sterk op het intellect, de rede, het verstand. Hoewel dit onmisbaar is geweest voor de traditie die we geërfd hebben, is het nooit het hele verhaal geweest.

Het gevaar van uitsluitend vertrouwen op het intellect is dat het christendom een verzameling ideeën wordt in plaats van een manier van zijn en handelen in de wereld. Ignatius van Loyola zag dit gevaar en moedigde het gebruik van zintuigen, verbeelding, gevoelens, intuïtie aan bij het onderscheiden van Gods wil.

Paus Franciscus zet deze lijn voort door diepgaande ontmoetingen met de armen te stimuleren – ontmoetingen die wederzijds transformerend kunnen zijn.

Onderscheiden van de bewegingen

Voor paus Franciscus is het eerlijk onderscheiden van de bewegingen in iemands hart door gebruik te maken van alle ignatiaanse contemplatieve “zintuigen” een manier om zulke ontmoetingen te ontdekken, te koesteren en toe te staan dat ze ons opeisen.

Een dergelijke reflectie breidt Ignatius’ opvatting uit en stelt in staat om mee te werken met Gods mededogen. Ware onderscheiding vereist een open hart en bereidheid om je te laten vormen door deze relaties. Zo worden we medearbeiders van Gods mededogen.

De armen doorbreken ons isolement, en als we ons openstellen, groeien we in wijsheid en liefde voor Christus: “Heel het leven van Jezus, zijn wijze van omgaan met de armen, zijn gebaren, zijn coherentie, zijn dagelijkse en eenvoudige edelmoedigheid en tenslotte zijn totale overgave, dit alles is kostbaar en onthult het mysterie van zijn goddelijke leven” (Evangelii gaudium, nr. 265).

Alleen het concrete is echt

De concreetheid van deze ontmoeting is cruciaal. Hij benadrukt:

…armoede die geleerd wordt met de nederigen, de armen, de zieken en allen die zich aan de existentiële periferie van het leven bevinden. We hebben niets aan theoretische armoede. Armoede leer je door het aanraken van het vlees van de arme Christus, in de nederigen, in de armen, in de zieken en in de kinderen. (Toespraak voor hogere oversten van 8 mei 2013)

Paus Franciscus ziet deze ontmoeting als een openbaring van Christus wanneer hij zegt: “In deze oproep om Hem te herkennen in de armen en de lijdenden openbaart zich het hart zelf van Christus, zijn gevoelens en diepste keuzes, waaraan iedere heilige zich tracht te conformeren” (Gaudete et exultate, nr. 96).

Een spiritualiteit van ontmoeting

Dit alles zet aan tot een nieuwe nadruk op traditionele benaderingen van spiritualiteit en de theologie die daaruit voortvloeit. Spiritualiteit kan worden begrepen als het kruispunt van drie relaties: hoe we ons verhouden tot onszelf, hoe we ons verhouden tot de wereld en hoe we ons verhouden tot God.

Deze relaties bepalen wie we zijn en wat we doen. Ze worden door Ignatius uiteengezet in het Uitgangspunt en fundament en zijn de voorwaarden voor de vrijheid, opgevat als het vermogen om voor God te kiezen in een wereld die de voorkeur geeft aan de zekerheid van rijkdom, eer en trots.

Paus Franciscus suggereert dat de armen ons aspecten van onze eigen spiritualiteit leren die alleen voortkomen uit een echte, persoonlijke en dialogische ontmoeting met hen. Er zijn twee voordelen verbonden aan het aangaan van een relatie met mensen die daadwerkelijk in armoede leven. Het eerste is een dieper inzicht in onze beperkingen en de onverdiende voorrechten die de meesten van ons genieten. Het tweede is de uitnodiging om mee-te-lijden, wat een oproep is om deel te nemen aan het leven zelf van God.

Afhankelijkheid van God

Een voorbeeld hiervan is de ervaring van studenten die deelnemen aan “inleefreizen” naar arme gemeenschappen naar bijvoorbeeld de grens tussen de VS en Mexico. Ze merken vaak op hoe gelukkig mensen daar lijken, ondanks hun armoede. Wat ze bedoelen, maar niet kunnen verwoorden, is de vraag hoe vreugde mogelijk is zonder materiële zekerheid.

Paus Franciscus herinnert ons eraan dat de armen “de zo bijzondere solidariteit in praktijk (brengen) die er bestaat tussen hen die lijden, de armen, en hen die onze maatschappij vergeten lijkt te zijn” (Fratelli tutti, nr. 116).

In een wereld die rijkdom en individualisme verheerlijkt, is afhankelijkheid van God een bevrijdende les. “Als wij onze concrete en beperkte werkelijkheid niet erkennen, zullen wij ook niet de werkelijke en mogelijke stappen kunnen zien die de Heer op ieder moment van ons vraagt na ons te hebben aangetrokken en met zijn gave geschikt te hebben gemaakt.” (Gaudete et exsultate, nr. 50)

Willen de niet-armen deze afhankelijkheid van God in solidariteit ervaren, dan moeten we toestaan dat daadwerkelijke armoede zijn impact op ons heeft. Kunnen we de wanhoop zien en ervaren van de migrant op de vlucht voor geweld? Kunnen we de machteloosheid zien en ervaren van mensen die gevangen zitten in armoede, slachtoffers zijn van racisme, marginalisatie of onderdrukking?

Zien en ervaren is ontmoeten, maar de mogelijkheden van die ontmoeting worden alleen zichtbaar als harten bereid zijn om “mee te lijden”. Zien met ogen vol mededogen en de consequenties daarvan doorleven, is Jezus navolgen.

Het erkennen van onze beperkingen

Het “erkennen van onze beperkingen” – moreel, emotioneel, spiritueel, fysiek – kan voor rijke westerse mensen op een unieke manier plaatsvinden door ontmoetingen met mensen die lijden onder armoede en onderdrukking. Naar hen luisteren, nadenken over wat ze zeggen, dit integreren in een wereldbeeld en er concreet naar handelen zijn enkele manieren om te leren van deze “school van de armen”.

Door te bidden met onze ontmoetingen (het reflectiemoment) kan de Geest ons raken op een persoonlijke en unieke manier. Wanneer zulke ontmoetingen normatief worden voor wie we worden, dienen we de onderliggende oorzaken van dit lijden te confronteren.

Ignatiaanse onderscheiding vereist op de eerste plaats vrijheid van bronnen van identiteit, macht en stabiliteit die niet van God komen.

Ignatius diende de armen en leefde in vrijwillige armoede om beschikbaar te zijn voor wat God voor hem wilde. Deze beschikbaarheid resulteerde in geestelijke groei toen de nederigheid waarover Ignatius sprak het mogelijk maakte om in vrijheid te onderscheiden.

Ignatius liet zijn lijfwachten achter na zijn eerste dag op pelgrimstocht. Hij liet zijn zwaard en dolk achter bij het altaar in Montserrat. Zijn mooie kleren liet hij achter bij de bedelaar die daarvoor gestraft werd op grond van ongegronde beschuldigingen. Ignatius ontdeed zich van deze bronnen van identiteit omdat ze zijn adellijke status symboliseerden – niet God.

Deze status was een barrière voor Ignatius. Vrijwillige armoede was het middel om zichzelf te bevrijden en afhankelijk te worden van God en te luisteren naar Christus.

Geestelijke armoede kan zichtbaar worden wanneer het leven en de kwetsbaarheid van mensen die lijden onder armoede en onderdrukking een claim op onszelf beginnen te leggen. Dit is wat solidariteit betekent. “Solidariteit” is geen idee, gevoel of theorie, maar actie voor het welzijn van anderen. Het wordt het best samengevat door Ignatius in zijn Beschouwing om tot liefde te komen – “de liefde moet zich meer uiten in daden dan in woorden” (GO 230).

Een relatie met de armen is het begin van een relatie met Christus

Wanneer een ontmoeting met slechte arbeidsomstandigheden in fabrieken in Latijns-Amerika onze manier van consumeren verandert, dan zien we een glimp van solidariteit. Wanneer ontmoetingen met gemarginaliseerden in onze straten de manier veranderen waarop we hulpbronnen gebruiken of op wie we stemmen, zien we een glimp van solidariteit. In deze ontmoetingen luisteren we naar Gods oproep die de basis wordt voor al het andere.

Want als we een relatie aangaan met hen die lijden onder armoede en marginalisatie, gaan we een relatie aan met Christus.

Hoewel Sint-Ignatius en paus Franciscus verschillende accenten leggen in hun interpretaties van hoe de armen, daadwerkelijke en geestelijke armoede essentieel zijn voor onze evangelisatie, zijn er genoeg overeenkomsten om verbanden te zien.

Beiden benadrukken dat het onderscheiden van Gods wil voor ons innerlijke vrijheid vereist. Voor Paus Franciscus zijn de armen en gemarginaliseerden van de wereld een unieke bron van deze vrijheid, ten eerste om wat ze ons leren (vergelijk Ignatius) en ten tweede om wat ze aan ons ontlokken (een aandeel in Gods mededogen).

Als we de armen ontmoeten op een manier die wederzijds en levengevend is, kunnen zulke ontmoetingen transformerend zijn.

Thomas M. Kelly is professor theologie aan de Creighton University, Nebraska, USA. In zijn vele publicaties zijn bevrijdingstheologie en sociale ethiek terugkerende onderwerpen. De familie Kelly woonde in verschillende Latijns-Amerikaanse landen. Zowel de auteur als zijn echtgenote zijn lid van Ignatian Associates, een lekenorganisatie gebaseerd op de ignatiaanse spiritualiteit.

Bron: The Way 62/2 (april 2023)
Vertaling:  Wiggert Molenaar sj

Leven met angst, medicatie en gebed 5

Bekijk alle artikelen van Cardorner

Deel