
Ignatius was een pionier en een meester van het geestelijk gesprek. Hij kan ook onze gesprekken inspireren en diepgang verlenen.
Ignatius was een pionier en een meester van het geestelijk gesprek. Hij kan ook onze gesprekken inspireren en diepgang verlenen.
Door Nicholas Austin sj
Zelfs diegenen die zelden de ignatiaanse term “geestelijk gesprek” hanteren, hebben allicht al menig geestelijk gesprek gevoerd, ofwel in de formele context van de Geestelijke Oefeningen, of gewoon met vrienden, of zelfs in toevallige ontmoetingen met onbekenden. Merken dat je geestelijk gesterkt uit een gesprek komt, of tot je verbazing ontdekken dat wat je ooit gezegd hebt iemand geholpen heeft bij zijn/haar geestelijke zoektocht, betekent dat je ooit deelnemer was aan een geestelijk gesprek.
We vinden de effectieve en transformerende kracht van een geestelijk gesprek terug bij Ignatius van Loyola en ze werd ons verder toegelicht door zijn betrouwbare interpreet Jerónimo Nadal. Ze is, zo lijkt me, vandaag even betekenisvol voor onze onderlinge relaties en voor onze relatie met God als dit het geval was voor Ignatius en de eerste gezellen.
Ik wil aantonen dat het geestelijk gesprek niet alleen een typisch ignatiaanse praktijk is, maar de kern raakt van Ignatius’ manier van bidden en dienen.
We kunnen het belang van het geestelijk gesprek in het charisma van Ignatius nauwelijks overschatten, en dit reeds vanaf het allereerste begin. We zien hoe Ignatius al vanaf zijn bekering gepassioneerd het geestelijk gesprek opzoekt. De eerste gezellen zijn samengebracht via gesprekken met Ignatius die dan verder uitgediept werden in de ervaring van de Geestelijke Oefeningen.
Geïnstrueerd door zijn praktijk en leerschool werden de eerste gezellen zelf meesters van het geestelijk gesprek. Die praktijk was tastbaar aanwezig op de beslissende momenten in het ontstaan van de Sociëteit van Jezus. Een geestelijk gesprek voeren werd inderdaad als een karakteristiek van de Sociëteit erkend, zowel door de allereerste jezuïeten als door diegenen die met hen in contact kwamen.
Jerónimo Nadal was een jezuïet van de tweede generatie aan wie Ignatius de taak had toevertrouwd om de manier van leven en handelen van de jezuïeten aan anderen uit te leggen. Nadal raadt anderen deze “voortreffelijke manier om onze naaste te helpen” aan; niet alleen aan jezuïeten, maar ook aan leken, zowel mannen als vrouwen.
De verkenning van wat een geestelijk gesprek is – verder uitgediept en ontwikkeld in onderstaande paragrafen – begint bij het onderkennen van een welbepaalde “omslag” die in elk geestelijk gesprek plaatsvindt. Vervolgens zal onze verkenning zich richten op Ignatius’ praktijk en instructies, zijn brieven, zijn autobiografie, de Constituties en vooral via de brief van Nadal die de lessen van Ignatius over dit onderwerp samenvat.
Ik stel dat Nadal het juist voorheeft als hij beweert dat op een bepaald niveau het geestelijk gesprek een belangrijke dienst van het Woord is naast andere zoals preken, onderwijzen of het geven van de Geestelijke Oefeningen. Daarenboven is het, op een dieper niveau, een fundamentele karakteristiek van elke ignatiaanse apostolaatsvorm.
De ignatiaanse apostel handelt altijd interactief, of het nu gaat om gebedsbegeleiding, gemeenschapsopbouw, onderwijs, werken van barmhartigheid of de duiding van de Schrift. Hij/zij doet dit met het oog op wat een geestelijke hulp kan zijn en in openheid voor de leiding van de Heilige Geest. De ignatiaanse apostel zoekt steeds naar wegen om dit onderscheidend vermogen en deze vorm van interactie, die beide voortvloeien uit de Geestelijke Oefeningen, toe te passen in alsmaar meer contexten.
Wat is een geestelijk gesprek? Laat ik niet met een definitie beginnen, maar met een voorbeeld. Het komt van pater Tony Horan, een jezuïet die het grootste deel van zijn apostolaat wijdde aan het begeleiden van leken in hun ignatiaanse wijze van bidden, in hun gemeenschapsvorming en hun missionaire activiteit – tot aan zijn dood op 92-jarige leeftijd.
Ooit kreeg hij een provocatieve vraag: “Het moet wel fascinerend zijn om priester te zijn: de biecht te horen van mensen en zo een inkijk te krijgen in al hun geheime zonden, of niet soms?” Tony lachte en antwoordde: “Ik denk dat je als priester in de biecht de mensen juist op hun best ziet.”
Een goed voorbeeld van de kunst van het geestelijk gesprek. Wat deed Tony dan? Hij voerde een omslag, een keerpunt uit. Hij ging binnen langs de deur van zijn gesprekspartner en ging buiten langs zijn eigen deur. Door eerst even samen te lachen en vervolgens een meer positief aspect van zijn eigen ervaring te onthullen, verplaatste hij de focus van het gesprek van louter nieuwgierigheid om andermans zonden naar iets met meer spirituele waarde: het ervaren van menselijke goedheid, ja zelfs de ervaring van genade.
In het geestelijk gesprek zijn we vaak getuige van zo’n omslag van iets dat eerder onpersoonlijk of oppervlakkig is naar iets diepers, meer persoonlijk en spiritueel. Het beeld dat Ignatius voor deze omslag gebruikte, kan vandaag wat problematisch overkomen. In een brief van begin september 1541 aan Paschase Broët en Alfonso Salmerón, op missie in Ierland, zegt hij:
We kunnen de ander tot het goede leiden door gebed of door onze instemming te betuigen met een welbepaald punt dat correct is en daarbij buiten beschouwing laten wat voor de rest misschien fout is. Zodoende, na zijn vertrouwen te hebben gewonnen, zullen we succesvoller zijn. In zekere zin gaan we langs zijn deur naar binnen, maar gaan we langs de onze naar buiten.
Menigeen kan vandaag het gevoel krijgen dat Ignatius’ tactiek in geestelijke gespreksvoering een manipulatief karakter heeft. Zijn we wel oprecht als we door hun deur binnengaan en langs de onze buitengaan? Horen we hier niet bij Ignatius die bedenkelijke toon zoals in de zelfhulpklassieker van Dale Carnegie How to Win Friends and Influence People? Als dit het geval zou zijn, zouden maar weinigen bereid zijn om de doelgroep van dit apostolaat te zijn!
De meer volledige uitleg die Nadal geeft van de omslag in het geestelijk gesprek leidt ons echter naar de positieve kant van Ignatius’ advies en kan ons helpen om haar vandaag acceptabeler te vinden.
Nadal legt uit dat we voor Ignatius niet meteen met spirituele topics moeten komen aandraven. Het is beter om eerst met mensen te praten over zaken waarvoor ze interesse hebben en die hun aandacht wekken: “…met een soldaat (spreekt men) over oorlog; met een koopman over zaken; met een man van adel over zijn bezigheden of over politiek; met een clericus over kerkelijke aangelegenheden of over de leiding van de Kerk” (Monumenta, M Nadal 5, 834).
“Langs zijn deur binnengaan” legt dus het accent op het zich aanpassen aan de ander en aan diens interesses eerder dan dat het erom gaat de eigen agenda te willen opleggen. Al luisterend wacht men geduldig tot de gelegenheid zich aanbiedt om de omslag naar geestelijke dingen te kunnen maken op een wijze die aansluit bij de gezindheid en de behoefte van de ander:
Maar in dergelijke gesprekken moeten we alert zijn op een geschikt moment om het onderwerp van het gesprek een meer spirituele wending te geven – attent op alles wat de kans biedt om op een passende wijze te spreken over het heil (van de ziel).
Vader Ignatius had de gewoonte om deze methode uit te leggen aan de hand van een Spaans gezegde: “Binnengaan langs andermans deur, buitengaan langs de eigen deur”, d.w.z. hen naderbij komend door in te stemmen met hun bedoeling, maar weer weg te gaan nadat we hun instemming gewonnen hebben met onze eigen bedoeling.
Want hij zei vaak dat we niet onmiddellijk over de deugden, over zonden en over de mysteries van het leven en de dood van Christus moeten beginnen te praten. Immers, als we dat zouden doen, zouden ze eerder dan gretig naar ons te luisteren, kunnen afhaken, weg van ons uiteindelijk doel, en over niets meer iets willen horen. (Monumenta, M Nadal 5, 834-835)
Dit is zowel voor Ignatius als Nadal een apostolaat dat geïnspireerd is door de woorden van de Paulus: “Ik ben alles wat je maar wilt om in elk geval een paar mensen te redden.” (1 Kor 9, 22b)
Er zijn ook aanwijzingen dat Ignatius’ wijze om een geestelijk gesprek te voeren wezenlijk van een diep respect getuigt en niet van manipulatie. Vanuit de Geestelijke Oefeningen – die een bijzondere vorm van geestelijk gesprek zijn – weten we dat de vrijheid van de ander in diens relatie met God voor Ignatius heel belangrijk was.
In plaats van de ander aan te sporen om een vooraf bepaald pad te volgen, moet diegene die de Oefeningen geeft “als de wijzer van een weegschaal in het midden blijven. Hij moet de Schepper in direct contact met zijn schepsel laten werken en het schepsel met zijn Schepper en Heer” (GO 15).
Zou een dergelijke delicate balans ook geschikt zijn voor het geestelijk gesprek in het algemeen? Ignatius lijkt toe te geven dat buiten de specifieke context van de Geestelijke Oefeningen een expliciete aanmoediging in deze of gene richting wel degelijk meer aangewezen kan zijn. Toch is het ook dan voor Ignatius belangrijk (zo merkt Nadal op) om ervoor te zorgen dat de ander “met genoegen” bereid is om naar ons te luisteren.
Het principe van de Geestelijke Oefeningen blijft waar: er is meer geestelijke vrucht te verwachten wanneer ik de ander begeleid in diens eigen proces om in vrijheid “de verlichting van de goddelijke genade” te ontvangen (vgl. GO 2) dan wanneer ik probeer de ander zelf te sturen waarheen ik het wil.
Daarom is Nadals advies wijs: luister aandachtig naar wat de ander zegt om zo de gelegenheid te baat te nemen voor een omslag – het gaat hier om een liefdevolle aandacht, niet voor de eigen agenda, maar voor daar waar de Geest het meest aanwezig is om de andere verder te helpen.
Deze aandacht voor een mogelijke omslag vinden we het makkelijkst terug in de ignatiaanse geestelijke begeleiding en dit zowel bij de begeleider als bij hij/zij die begeleid wordt. In 2015 stuurde de provinciaal me naar Boston, Massachusetts, om aan mijn doctoraat te werken. Ik had mooi op tijd een afspraak gemaakt met een geestelijk begeleider, een oudere jezuïet, Jim Sheehan, die buiten de stad in een bejaardenhome woonde.
Ik vertrok van thuis met de wagen, nam echter een verkeerde afslag en kwam drie kwartier te laat aan. “Jim, ik ben hier, maar je hebt allicht de hoop in mij opgegeven.” Hij antwoordde: “Ik heb de hoop in jou niet opgegeven en God al helemaal niet!” Toen hij de voordeur opende, zei hij: “Je bent nu vast vreselijk gefrustreerd. We gaan lunchen.”
Na de lunch gingen we naar zijn kamer en gedurende een half uur vertelde ik hem alles wat zoal misliep in mijn leven. Hij luisterde in stilte. Toen zei hij: “Is er in jouw ervaring ergens een moment waarop je de aanwezigheid van God hebt gevoeld?”
Tot mijn verbazing kon ik twee voorbeelden noemen waar ik Gods troost had menen te ervaren zonder het toen echt te hebben opgemerkt. Een keer toen ik om het overlijden van mijn grootmoeder rouwde en de andere tijdens de dagelijkse eucharistie.
Dit betekende, eens te meer, een omslag, een keerpunt, zonder dwang of manipulatie: het ging om een eenvoudige verschuiving van de aandacht die toelaat dat de latente genade naar boven komt en open bloeit.
Wat geldt voor geestelijke begeleiding, geldt ook in andere vormen van geestelijk gesprek; weliswaar met meer ruimte voor beide gesprekspartners om iets van hun ervaring te delen. Er komt in zo’n gesprek een moment waarop de dingen een andere wending nemen en we voeling krijgen met wat de goede Geest in iemands leven bewerkt. We gaan binnen langs de deur van de ander en gaan buiten langs de onze, echter niet de deur “van onze eigen agenda”, maar die van het aanvoelen waar de goede geest een mens op het pad van de vrijheid zet.
We merken dat moment direct op wanneer het zich voordoet. Het is als graven naar een schat in een veld tot we plotseling met de spade een kist raken. Bonk! En we weten: hier is het dat we moeten blijven en verder delven; hier ligt het goud begraven.
Alvorens te proberen een meer volledige definitie van een geestelijk gesprek te geven, kan het helpen om voeling te krijgen met de eigenheid en de centrale plaats die dit gesprek had voor de eerste jezuïeten. Zoals zo vaak werd dat wat zo enthousiast en onbezonnen begon mettertijd meer overdacht en bijgeschaafd.
We zien in Ignatius’ autobiografie, het Verhaal van de pelgrim, dat hij reeds vanaf de eerste dagen van zijn bekering ervan hield om over geestelijke zaken te spreken met mensen die daar open voor stonden en dat hij dit met veel hartstocht deed. Geleidelijk aan zag hij in dat hij hiermee mensen kon helpen; hij was in staat om met geestelijke gesprekken “de zielen te helpen” (autobiografie, nr. 26). Hij begon heel wat tijd en energie in dit apostolaat te investeren, vaak in combinatie met het geven van de Geestelijke Oefeningen (autobiografie, nrs. 77 en 92).
Hij deed dit steeds bewuster en doelgerichter – niet alleen wat betreft het geestelijk gesprek op zich, maar ook de manier waarop. In plaats van gewoon over spirituele dingen te spreken zoals iemand over zijn passies spreekt – Ignatius deed dat in het begin van zijn geestelijk avontuur – werd hij meer en meer een luisteraar.
In zijn beroemde instructies die begin 1546 aan de paters aanwezig bij het Concilie van Trente werden gezonden, zegt hij:
Ieder van ons moet langzaam zijn om te spreken en eerbied en meegevoel betonen, vooral als het gaat om definities over de doctrine die tijdens het Concilie ter sprake kunnen komen. Deze terughoudendheid moet gepaard gaan met luisterbereidheid, zich rustig stilhouden om voeling en waardering te krijgen voor de standpunten, emoties en verlangens van hen die aan het woord zijn. Zo doende zal hij beter in staat zijn om te spreken dan wel om zich stil te houden.
De gedragslijn om slechts langzaam het woord te nemen en zodoende beter in staat te zijn om aandachtig te luisteren, geeft al een meer verfijnde en vruchtbare benadering aan van het geestelijk gesprek.
Nadal werkt dit advies verder uit en hij accentueert de algemene gedragslijn van Ignatius’ aanpassingsvermogen in relatie tot een bepaalde tijd of plaats of bij specifieke personen. Het geestelijk gesprek is meer op de maat gesneden van de specifieke gesprekspartner dan dat dit bij een voordracht of een preek het geval is. Men kan hier niet louter uit liefde of ijver handelen, maar met onderscheidingsvermogen en op een manier die daadwerkelijk past bij deze of gene persoon of situatie. Nadal legt uit:
Het is inderdaad heel nuttig (voor Ignatius) om datgene wat geldt voor preken en toespraken vanop een verhoog en voor een menigte, ook toe te passen op individuele privépersonen. Dit is inderdaad krachtiger en geeft grotere vrijheid omdat het Woord dan aangepast kan worden (aan de betreffende persoon) in functie van diens repliek of persoonlijk aanvoelen. (Monumenta, Nadal 5, 833)
De klemtoon op de “grotere vrijheid” die het geestelijk gesprek kenmerkt in vergelijking met een lezing of een preek verduidelijkt dat het geestelijk gesprek zich in “real time” dient aan te passen aan de realiteit van de antwoorden en de openheid van de gesprekspartner. Hoe vaak men dit vooraf ook inoefent, het blijft altijd een vaardigheid die men al doende en met zin voor improvisatie leert te beheersen.
Het feit dat het geestelijk gesprek zo prominent aanwezig was bij het ontstaan van de Sociëteit van Jezus bewijst het belang ervan. Nadal merkt op dat het via geestelijke gesprekken was dat Ignatius “de eerste negen gezellen om zich verzamelde” (Monumenta, Nadal 5, 833-834). Later, in hun gezamenlijke onderscheiding, was het geestelijk gesprek van grote waarde bij de beslissing om een apostolische entiteit te vormen. Zonder geestelijk gesprek was de Sociëteit van Jezus nooit ontstaan.
De eerste gezellen leren het geestelijk gesprek van Ignatius. Vooral Pierre Favre en Franciscus Xaverius bleken bijzonder begenadigd te zijn in deze kunst die ook hun eigen leven zo grondig had veranderd. Favre was ervan overtuigd dat het Christus behaagt als we “een spoor van een goede en heilige gesprekken” achter ons laten, waar we ook mogen heengaan. (Canisius, Epistolae et acta, vol. 8, 125).
In zijn brieven vanuit India vroeg Xaverius om jezuïeten te sturen die niet rigide waren, maar integendeel bekwaam waren om zachtmoedig met anderen om te gaan zonder een slaafse angst in te boezemen. (vgl. O’Malley, First Jesuits, p. 81). Zodoende werd de vriendelijke gespreksvoering van Ignatius een karakteristiek van de Sociëteit van Jezus in haar geheel en in contrast met andere pastorale benaderingen die harder of gestrenger waren.
In Salamanca, toen Ignatius door de plaatselijke autoriteiten ervan verdacht werd onorthodoxe leerstellingen te verspreiden, stelde men hem de vraag: “Wat preek je?” Hij antwoordde: “Wij preken niet, maar met sommigen spreken we op vertrouwelijke manier over de dingen van God, zoals na tafel bij enkele mensen die ons uitnodigen.” (autobiografie, nr. 64-65)
De praktijk van het geestelijk gesprek wordt opgenomen in de Constituties van de orde. Het is daarin een van de apostolische activiteiten waartoe jezuïeten zich engageren, zoals: preken, onderwijzen, biecht horen, het geven van de Geestelijke Oefeningen en het beoefenen van werken van barmhartigheid. Jezuïeten worden aangemoedigd om “er zorg voor (te) dragen ook privé de medemens via vrome gesprekken tot het betere te brengen (…) met raad en aansporing tot goede werken” (Const. VII, 4.8.).
Het is belangrijk om “het geestelijk gesprek” niet te herleiden tot een welbepaalde methode of situatie. Nadal opent een hele waaier van contexten waarin het geestelijk gesprek gepast kan zijn. Zo zegt hij dat dit soort gesprekken bijzonder waardevol kunnen zijn na een preek wanneer mensen receptiever zijn voor geestelijke zaken.
Vandaar de praktijk van de eerste jezuïeten om een van hen te laten preken en een andere beschikbaar te stellen om met individuele mensen in gesprek te gaan. Het kan eveneens een belangrijke apostolische taak zijn voor docenten met hun leerlingen op school. Zelfs ontmoetingen op straat of op andere publieke plaatsen kunnen een aanleiding zijn voor een geestelijk gesprek. (Favre zag in zulke “toevallige” ontmoetingen de hand van de Voorzienigheid.)
Nadal geeft voorbeelden van geestelijke gesprekken in groepsvorm, bijvoorbeeld tijdens een samenkomst met studenten rond een geestelijk thema. Deze vorm van apostolaat is niet alleen voorbehouden aan jezuïeten. Nadal zegt dat we diegenen die we apostolisch bijstaan, alsook onze vrienden, moeten aanmoedigen om zelf de kunst van het geestelijk gesprek aan te leren, zowel mannen als vrouwen.
In elke context verwijzen zowel de Constituties als Nadal naar een gesprek over (a) geestelijke zaken dat (b) de naaste helpt vooruit te gaan in (c) openheid voor de Heilige Geest. Laten we nu de punten a, b en c van naderbij bekijken.
Het geestelijk gesprek heeft vooreerst een onderwerp: geestelijke zaken. Omdat het zo belangrijk is te kunnen luisteren en zich aan elk individu aan te passen, is het duidelijk dat het bij een ignatiaans geestelijk gesprek niet gaat om een abstract theologisch discours over geestelijke zaken, maar om een meer persoonlijk gesprek dat het hart en het leven van de gesprekspartner raakt. Meer nog, het woord “geestelijk” mag hier niet te eng worden opgevat.
De ignatiaanse spiritualiteit beklemtoont dat “alle geschapen dingen” en alle situaties van het leven van Gods aanwezigheid kunnen getuigen. Het onderwerp van een geestelijk gesprek kan derhalve meer behelzen dan wat expliciet handelt over Christus als “de weg, de waarheid en het leven”.
Nadal onderbouwt deze zienswijze wanneer hij stelt dat de omslag in het geestelijk gesprek gericht is op salus, of op zaken die betrekking hebben op salus animae, de gezondheid of de redding van de ziel. De meerduidigheid van het woord salus helpt ons om Nadal goed te begrijpen: soms zal het onderwerp overduidelijk over het geestelijk leven gaan; soms echter over iemands algemeen welzijn, over de “gezondheid van zijn ziel”.
Vandaag kunnen we stellen dat een geestelijk gesprek over eender welk onderwerp kan gaan dat op een persoonlijke manier de zoektocht van een mens naar een echt en waarachtig leven raakt. Er bestaat geen conflict tussen dat wat ons dieper bij waarachtig leven brengt en Hij die Leven is.
Het geestelijk gesprek heeft een doel: het helpen van de zielen. Het geestelijk gesprek bouwt op, het helpt mensen bij de opbouw van een geestelijk leven. Vandaar Nadals voortdurende klemtoon op de liefde voor de naaste als diepste drijfveer voor dit soort gesprekken. Zo prijst hij Ignatius om diens “zachtmoedige hartstocht van liefde” (amoris fervor suavis) om de ziel te helpen (Monumenta, Nadal 5, 834).
Zelfs als iemand een zondig leven zou leiden, dan nog zou Ignatius die persoon wijzen op een goed werk, een bepaald natuurlijk talent, een blijk van geloof of deugd die hij of zij had betoond, eender welk. Vertrekkend van deze basis van goedheid zou Ignatius de ander weer verder opbouwen en ondersteunen.
Even belangrijk als het onderwerp of het doel van het geestelijk gesprek is de wijze waarop dit gesprek gevoerd wordt: niet slechts omzichtig, maar zelfs onderscheidend – gevolg gevend aan de leiding van de Geest. Nadal stelt het aldus:
De spreker moet heilige en vrome omzichtigheid aan de dag leggen bij het sturen (van elk gesprek); en toch is het de Heer zelf die door zijn voorzienigheid het gesprek zal leiden door ons een zekere gedragslijn aan te wijzen op voorwaarde dat we open staan voor zijn genade en onze roeping. (Monumenta, Nadal 5, 835)
“Omzichtigheid” verwijst hier niet naar een vorm van angstvallige voorzichtigheid, maar naar een doorleefde levenswijsheid in het omgaan met de wederwaardigheden van menselijke relaties. Voortbouwend op deze gezonde zin voor situaties en mensen vergt het geestelijk gesprek, volgens Nadal, een bijzondere alertheid voor de leiding van de Geest.
Voor Nadal bestaat er geen kant-en-klaar recept voor het geestelijk gesprek; eerder zijn tact en onderscheidingsvermogen nodig om te oordelen wanneer en hoe een omslag naar geestelijke zaken mogelijk is. Als Nadal beschrijft hoe begenadigd Franciscus Xaverius was in het voeren van een geestelijk gesprek, dan heeft hij het niet slechts over zijn liefde, zijn morele voorzichtigheid en de zachtheid (suavitas) van zijn woordgebruik, maar ook over zijn onderscheiding der geesten (Monumenta, Nadal 5, 835).
Het is cruciaal om niet op de genade vooruit te lopen, maar om Gods leiding te volgen. Nadal is ervan overtuigd dat de Heer ons zal leiden als wij aandachtig zijn.
Het woord “geestelijk” in “geestelijk gesprek” heeft dus een zware lading. Een geestelijk gesprek is niet louter conversatie over geestelijke zaken, zelfs niet als dit een geestelijk doel heeft, maar het is een dialoog die op een spirituele wijze verloopt. Daarom stel ik volgende definitie voor van een ignatiaans geestelijk gesprek: een onderscheidend gesprek over geestelijke zaken met de bedoeling geestelijke vooruitgang te boeken.
Een geestelijk gesprek kan door de ignatiaanse apostel in een breed scala van contexten worden gevoerd, gaande van toevallige ontmoetingen tussen individuen tot gesprekken in groepen die bewust gevormd zijn voor maken van geestelijke vooruitgang. Dit apostolaat is niet voorbehouden aan clerici, maar staat evenzeer open voor leken (m/v) en dit minstens sinds Nadal in de 16e eeuw. Het is meer dan een methode: het is een kunst die persoonlijke kwaliteiten vraagt zoals omzichtigheid, onderscheiding, innerlijke vrijheid, respect en vooral liefde.
De eerste jezuïeten beschouwden het geestelijk gesprek als een specifiek kenmerk van de Sociëteit van Jezus en haar apostolische handelswijze. Peter Canisius getuigt in die zin in een brief aan generale overste Claudio Acquaviva die hem hierom gevraagd had.
Canisius was, net als Nadal, een jezuïet van de tweede generatie en diep getroffen door het belang dat Ignatius en de eerste gezellen aan het geestelijk gesprek hechtten. Hij sprak zich bijzonder lovend uit over de manier waarop zijn oude mentor, Pierre Favre, deze kunst in de praktijk bracht.
Canisius beweert zelfs dat van alle werken van barmhartigheid het geestelijk gesprek “de hoogste lof verdient binnen de Sociëteit en de nuttigste manier om anderen te helpen” (Canisius, Epistolae et acta, vol. 8, 118). Dit is allicht een retorische overdrijving, maar het onderlijnt wel het belang van deze praktijk voor de eerste jezuïeten.
Toch doen we het geestelijk gesprek onrecht aan als we het gewoon maar plaatsen, zelfs met de hoogste lof, naast de andere vormen van de dienst van het Woord van God. Het heeft immers een belangrijkere plaats in de ignatiaanse spiritualiteit dan dat. George E. Ganss stelt terecht dat het geestelijk gesprek “alle andere zichtbare werken van de eerste jezuïeten doordrong en onderbouwde” (Ganss, G.E., Conversational Word of God, p. ix).
Voor een ignatiaanse apostel is het geestelijk gesprek niet slechts een apostolaat onder andere, hoe belangrijk ook, maar de ignatiaanse apostolische handelswijze bij uitstek.
Het geestelijk gesprek is de sleutel tot elk ignatiaans apostolaat. Of een ignatiaanse apostel nu preekt, onderwijst, biecht hoort, de Geestelijke Oefeningen geeft of een werk van barmhartigheid beoefent, zij of hij zal altijd handelen op de wijze van een gesprek dat naar meer leven leidt en in openheid voor de Geest.
Dat we het geestelijk gesprek het ignatiaanse apostolaat bij uitstek noemen, vergt nadere uitleg. Er moet iets zijn in het hart van de ignatiaanse spiritualiteit dat moet kunnen verklaren waarom alle activiteiten die uit haar voortvloeien op een onderscheidende en op een interactieve manier gebeuren.
Patrick Goujon (n.v.d.r.: zie zijn artikel in dit nummer van Cardoner) merkt op dat de Geestelijke Oefeningen een vorm van geestelijk gesprek zijn, waarbij hij niet alleen de conversatie benadrukt tussen degene die de Geestelijke Oefeningen geeft en degene die de Oefeningen ontvangt, maar ook de zogenaamde “colloquia” of conversaties met God of de heiligen waar elk geestelijk gesprek in uitmondt.
De Geestelijke Oefeningen zijn niet alleen een basis voor het geestelijk gesprek; ze zijn er zelf een, en wel in tweevoudige zin. Het gaat namelijk om een conversatie met God die ondersteund wordt door een gesprek met een metgezel. De diepe reden waarom het ignatiaanse dienstwerk plaatsvindt op de wijze van een gesprek, ligt in het feit dat de ignatiaanse apostel speciaal gevormd is in de ontmoeting met de Heer op de manier van een conversatie.
Thomas H. Clancy sluit zijn boek over het geestelijk gesprek af met een reflectie over de interactie die ontstaat tussen het authentiek gesprek met elkaar en het authentiek gesprek met God:
We kunnen eigenlijk niet leren om met God te spreken zolang we niet ontdekt hebben om met elkaar te spreken. Maar ook die inspanning vereist natuurlijk gebed. We moeten op beide niveaus vooruitgang boeken in ons spreken. God wil ons leren om beter te luisteren naar en om beter te spreken met onze vrienden. En onze vrienden zullen op hun beurt ons leren om beter naar God te luisteren en ons hart voor Hem te openen zonder zelfingenomenheid en zelfzucht. (Clancy, T.H., Conversational Word of God, p. 50)
Het geestelijk gesprek is een onderscheidende, dialogale interactie die voortvloeit uit een onderscheidende dialogale interactie met God – en vice versa.
Helemaal in het begin van zijn brief bekent Nadal nederig dat hij niet in staat is om ten volle te verklaren wat de kunst van het geestelijk gesprek allemaal impliceert: als een dienst van het Woord “kan het toch alleen maar begrepen worden in de Geest, in Christus” (Monumenta, Nadal 5, 832). Wie deze kunst wil beoefenen moet er dus het juiste aanvoelen voor verkrijgen, eerder dan dat hij of zij een set van instructies zou moeten beheersen. Hoewel het dus niet ten volle uitgelegd kan worden, kan het toch wel ervaren en begrepen worden.
Aan een academicus vermeldde ik onlangs dat ik naar een conferentie over het geestelijk gesprek was geweest in St Bueno’s, een retraitecentrum van de jezuïeten. Hij vertelde me toen hoe de ignatiaanse geestelijke begeleiding die hij ontving de manier waarop hij zijn studenten begeleidde, beïnvloed had.
Hij was attenter geworden voor de innerlijke dynamiek in de inzichten en interessevelden van zijn studenten en meer bedreven in zijn hulp aan hen in het volgen van hun “bewegingen”. Niet in die zin dat de gesprekken met zijn studenten nu plotseling vrome uitwisselingen over spirituele zaken waren geworden, maar wel in de zin dat hij nu op een nieuwe onderscheidende manier studenten kon vooruithelpen dankzij de ignatiaanse begeleiding die hij zelf had gekregen.
Wat ooit begon met Ignatius’ eenvoudige praktijk om over geestelijke zaken te spreken om de zielen te helpen, ontvouwde zich mettertijd tot een waaier aan contexten; tot op de dag van vandaag. De Sociëteit van Jezus herontdekt momenteel het geestelijk gesprek als belangrijk aspect van haar manier van handelen.
Bewuster en gerichter dan voorheen introduceert ze het geestelijk gesprek in het communiteitsleven, in haar apostolische planning en in haar bestuur. Een echo van deze herontdekking vinden we terug in de teksten van de 36e Algemene Congregatie die refereren aan de ervaring van de eerste gezellen:
Het geestelijk gesprek geeft aanleiding tot een uitwisseling die gekenmerkt wordt door actief en receptief luisteren en een verlangen om te spreken over dat wat ons ten diepste raakt. Het probeert rekening te houden met spirituele bewegingen, individuele en gemeenschappelijke, met als doel het pad van de troost te kiezen die ons geloof en onze hoop en liefde versterkt.
Het geestelijk gesprek creëert een sfeer van vertrouwen en ontvankelijkheid voor onszelf en anderen. We zouden armer af zijn wanneer we onszelf een dergelijke conversatie zouden ontzeggen in onze leefgemeenschappen en bij alle andere gelegenheden waarbij besluiten worden genomen in de Sociëteit van Jezus. (36e AC, Decreet 1, 12)
Dat deze herontdekking het leven van de jezuïeten vandaag daadwerkelijk kenmerkt, kwam duidelijk naar voren in de 71e Congregatie van Procuratoren te Loyola in Spanje (15-21 mei 2023) waar een achtdaagse retraite voor alle deelnemers aan voorafging, evenals een tijd van gebed en geestelijke gesprekken in kleine groepen.
De deelnemers hadden het gevoel dat de biddende, onderscheidende manier om met elkaar te spreken zoals ze dit tijdens de retraite geoefend hadden, een weldoende invloed had op de stijl van gesprekken tijdens de Congregatie zelf. Tussenkomsten waren minder gekenmerkt door een halsstarrig vasthouden aan argumenten, maar eerder door een gezamenlijk zoeken naar waar de Geest de Sociëteit leidt.
Het is zeker ook geen toeval dat synodaliteit het eerste punt was op de hervormingsagenda van de eerste jezuïet die tot paus verkozen werd. Synodaliteit, zo legt paus Franciscus uit, impliceert samenkomen om met elkaar te spreken in vrijheid (met parrhesia), nederig naar elkaar te luisteren met als doel gehoor te geven aan de stem van de Geest. Want wat is synodaliteit anders dan een ononderbroken geestelijk gesprek dat alle leden van de Kerk insluit?
De ignatiaanse apostel ontdekt voortdurend nieuwe wegen om de kunst van het onderscheidend gesprek vorm te geven net zoals Ignatius, Favre, Xaverius en de eerste gezellen dit deden in hun context. I
gnatius is een van de grote pioniers van het geestelijk gesprek in de geschiedenis. Niet zozeer doordat hij pleitte om over vrome onderwerpen te praten, maar door zijn inspirerend voorbeeld en door hoe hij een manier van bidden en dienen doorgaf die gekenmerkt is door luisteren, onderscheiding en dialoog.
Als het geestelijk gesprek geen apart dienstwerk is, maar een dialogale stijl die alle apostolische activiteiten doordringt, dan worden ook wij vandaag uitgenodigd om die stijl steeds meer te beoefenen in alles wat we doen.
Bron: The Way, 62/3 (juli 2023)
Vertaling: Guy Dalcq
Nederlandse publicatie:Cardoner 2026/1
Nicholas Austin sj (°1973) is een Brits jezuïet. Hij doceert theologische ethiek en spiritualiteit aan de Universiteit van Oxford.

Bekijk alle artikelen van Cardorner