
Gehoorzaamheid als afgestemde kracht: luisteren, vertrouwen en samen richting houden.
Ignatius nam gehoorzaamheid heel serieus. Begint dit artikel daarom met een grappige noot? Of schuilt er achter de grap ook een stukje waarheid? Over luisterend leiderschap.
Ignatius nam gehoorzaamheid heel serieus. Begint dit artikel daarom met een grappige noot? Of schuilt er achter de grap ook een stukje waarheid? Over luisterend leiderschap.
Door Nikolaas Sintobin sj
Een jezuïet nam deel aan een conferentie over de gelofte van gehoorzaamheid. Een journalist vroeg hem: “Uw orde hecht veel belang aan de gelofte van gehoorzaamheid. Wat doen jullie om er zeker van te zijn dat de jezuïeten trouw blijven aan deze gelofte?”
De jezuïet antwoordde: “Dat is eigenlijk heel eenvoudig. Onze oversten vragen ons eerst wat we graag zouden doen en dan geven ze ons dat als zending. Zo hebben we nooit problemen met de gehoorzaamheid.”
Een andere journalist vroeg: “Maar hebben jullie dan geen medebroeders die niet weten wat ze willen doen? Wat doen jullie dan met hen?”
Het antwoord was: “Die maken we overste!”
In het ignatiaans leiderschap neemt gehoorzaamheid een centrale plaats in. Gehoorzamen is een woord dat het niet goed doet in onze cultuur. Ga je het googlen dan kom je snel uit op hondendressuur.
In de nasleep van de schandalen inzake seksueel misbruik is de laatste jaren ook duidelijk geworden hoeveel geestelijk misbruik er is geweest, en nog steeds is, in naam van de gehoorzaamheid en andere machtsfactoren.
De gelofte van gehoorzaamheid is een pijler van het religieuze leven. Sommige jezuïeten leggen bovendien een bijzondere gelofte af van gehoorzaamheid aan de paus voor de zending. Dit verwijst naar de oorsprong van de jezuïetenorde: een groepje mannen dat zich, samen met Ignatius van Loyola, ter beschikking stelde van de eindverantwoordelijke van de katholieke kerk.
Zoiets als: Paus, u staat aan de top. U weet best waar de grootste noden liggen. Zeg ons wat u van ons verlangt. We zullen dat naar best vermogen uitvoeren. Dat lijkt ons de meest efficiënte wijze om de zaak van God te dienen.
Net als de bredere katholieke kerk heeft de Sociëteit van Jezus een hiërarchische structuur. Dit is bij de jezuïeten meer uitgesproken dan bijvoorbeeld in het monastieke leven, waar tal van democratische dynamieken zijn ingebouwd. Bij de jezuïeten is er weliswaar veel overleg, maar er wordt slechts bij uitzonderlijk gestemd.
De jezuïetenoverste heeft consultoren die een belangrijke rol spelen bij de besluitvorming, maar uiteindelijk is het de overste die zelf de knoop doorhakt. Dat merkte je goed bij jezuïet-paus Franciscus die, mede daardoor, soms onverwacht uit de hoek kwam.
Het kan paradoxaal lijken dat diezelfde jezuïeten de reputatie hebben vrije vogels te zijn. We weten ook dat de jezuïtische aanpak kan leiden tot veel creativiteit. Vrijheid en creativiteit lijken onverenigbaar met een organisatiemodel dat door buitenstaanders als dictatoriaal zou kunnen worden bestempeld.
Inderdaad, het jezuïtische, ignatiaanse leiderschapsmodel is niet enkel hiërarchisch top-down; het is complexer en subtieler. Er is namelijk tegelijk een belangrijke bottom-up beweging die sterk bijdraagt tot het genie en de efficiëntie van deze leiderschapswijsheid.
Het is ook zo dat de gehoor-zaamheid, in de zin van luisteren in de diepte, niet enkel geldt voor de ondergeschikte. Ze wordt evenzeer verondersteld bij de leidinggevende. Op verschillende wijzen is die eisende manier van luisteren als een rode draad geweven doorheen de ignatiaanse praxis. Het is in belangrijke mate die luistercultuur die paus Franciscus invoerde in de wereldkerk via de synodale dynamiek.
De eerste taak van de jezuïetenoverste is om zélf te luisteren. Vooraleer hij wat dan ook doet of beslist, dient hij langdurig te luisteren naar zijn medebroeders. De eerste taak van de provinciale of regionale overste bestaat erin jaarlijks elke medebroeder te bezoeken om naar hem te luisteren. Hetzelfde doet die overste ook met de lekenmedewerkers.
Dat gesprek is geen evaluatiegesprek; het gaat bijvoorbeeld niet over targets. Het is wel een ontmoeting waarin de jezuïet zichzelf mag blootleggen voor zijn overste, wetend dat hij niet zal worden beoordeeld of geoordeeld. Veeleer dan een verplichting, is dit een recht. Je mag het hebben over je vreugde en verdriet, wat goed gaat en wat minder of helemaal niet goed gaat, wat je hoopt, verlangt of omgekeerd, waar je angst voor hebt. Dit betreft zowel het werk als het persoonlijke leven.
Het is niet wenselijk dat je de overste hierbij naar de mond praat. Je mag je geweten laten spreken. Op zijn beurt heeft de provinciale of regionale overste zo’n gesprek met de algemene overste in Rome. Dit gesprek vindt plaats in strikt vertrouwen.
Zo leert de overste zijn mensen kennen: hun kracht én hun kwetsbaarheid, hun verlangens en dromen. Het resultaat is, idealiter, dat de overste een diepte-inzicht krijgt in wat er gebeurt in zijn regio. Niet enkel aan de buitenkant, maar ook aan de, soms zorgvuldig verborgen, binnenkant.
De gelovige onderlijn van dit luisteren gaat veel verder dan enkel maar managementstechniek. Het is de aanname dat door echt te luisteren, naar anderen en naar jezelf, je God zelf kan horen. Zo kan de te nemen beslissing een heel ander fundament krijgen dan enkel maar het menselijke wikken en wegen.
Een uitvloeisel van deze openheid van geweten is het remonstrantierecht en zelfs de remonstratieplicht van jezuïeten. Wanneer een jezuïet het in eer en geweten oneens is met zijn overste, moet hij dat uitdrukkelijk zeggen en toelichten. Desgevallend mag hij dit herhalen, tot tweemaal, driemaal toe. Het laatste woord komt wel toe aan de overste.
Een tweede kenmerk van het ignatiaanse leiderschapsmodel vind je aan het begin van de Geestelijke Oefeningen (GO). Het gaat over de basishouding van wie de Oefeningen doet of geeft – de titel is Vooronderstelling (zie GO 22). Ignatius vraagt om te luisteren met een positief a priori.
Zo luisteren dat wat de ander zegt of doet betekenis krijgt. Niet luisteren om te zien hoe ik wat ik hoor naar mijn hand kan zetten. Niet luisteren om snel tegenargumenten te kunnen bedenken. Wel: hoe kan ik wat ik hoor plaatsen? Hoe kan ik hier betekenis uit puren voor het grotere goed?
Wat zou de ander eigenlijk bedoelen? Dat vraagt om het zwaartepunt niet bij jezelf, wel bij de ander te leggen, ook als die zich onhandig uitdrukt of als wat je hoort tegen je haren instrijkt. Zodanig luisteren dat je je eigen referentiekader loslaat, je inleeft in de wereld van de ander, om te kunnen achterhalen welke de waardevolle inhoud kan zijn die de ander je aanreikt.
Een derde karakteristiek van het ignatiaanse leadership komt ook uit de Geestelijke Oefeningen. Het gaat over de eerste, inleidende oefening, Uitgangspunt en fundament (GO 23) genaamd. Net zoals de Vooronderstelling is het een rode draad doorheen het hele ignatiaanse avontuur. Het omschrijft de basishouding van de mens die zich wil inzetten voor het Rijk van God. Het is een uitnodiging tot innerlijke vrijheid.
Niet mijn eigen voorkeur of gehechtheden, niet wat ik leuk vind of wat de goegemeente aantrekkelijk vindt. Wel datgene waarvan ik, vanuit mijn onderscheidend bidden en luisteren, merk dat God zelf mij en ons ertoe uitnodigt. Het spreekt voor zich dat deze houding van innerlijke vrijheid zowel geldt voor de leidinggevende als voor de medewerker.
Innerlijke vrijheid is nooit een verworvenheid. Ignatius getuigt hoe hij zelf hier mee worstelde. Soms moest hij zijn beslissingsproces onderbreken om eerst te werken aan die innerlijke vrijheid.
Tot slot volgt een illustratie van wat deze gehoorzaamheidstraditie met de driehoek van luisteren, positief a priori en innerlijke vrijheid vandaag concreet kan betekenen.
In 2019 heeft paus Franciscus, op grond van die bijzondere gelofte van gehoorzaamheid, een nieuwe zending gegeven aan de jezuïeten voor de komende tien jaar. Wij noemen dit de vier speerpunten. Het zijn strategische richtlijnen inzake ignatiaanse spiritualiteit, sociale gerechtigheid, ecologie en jongeren. Zij zijn normerend voor al het werk van de Sociëteit van Jezus.
Deze vier speerpunten waren het eindpunt van een dynamiek die helemaal ingegeven is door de jezuïtische gehoorzaamheidscultuur. Het vertrekpunt was een wereldwijde bevraging bij jezuïeten en hun medewerkers. Daaruit groeide een proces van gemeenschappelijke onderscheiding, bottom-up. Het duurde drie jaar. Vervolgens werden uit de bevindingen door de algemene overste met zijn raad die vier speerpunten gedistilleerd.
Pater Arturo Sosa, de algemene overste, heeft die uiteindelijk voorgelegd aan paus Franciscus. Deze laatste heeft ze, na persoonlijke onderscheiding en gebed, bekrachtigd en goedgekeurd.
Ik ervaar dit als een bijzonder gelukkig voorbeeld van hoe de gehoorzaamheid binnen de Sociëteit van Jezus idealiter kan werken. Ik stel vast dat in het werkveld die speerpunten ook daadwerkelijk als baken worden gebruikt. Ze sluiten namelijk aan bij wat er leeft aan de basis.
Mensen zijn er blij mee. Door het feit dat die speerpunten gemeenschappelijk zijn aan tal van organisaties en structuren op het niveau van de Lage Landen en wereldwijd, is er doorlopend kruisbestuiving. Dit vergroot hun efficiëntie exponentieel. Ook dit is een belangrijk aspect van de gehoorzaamheid, in het bijzonder van de gehoorzaamheid aan de paus.
Hopelijk blijkt uit het bovenstaande dat de jezuïtische gehoorzaamheid niets gemeen heeft met de karikatuur die men er soms van maakt. De hoeksteen van het hele jezuïtische/ignatiaanse leiderschapsmodel is vertrouwen en loyauteit. Vertrouwen dat er echt geluisterd wordt. Vertrouwen dat mensen, welke plaats ze mogen hebben binnen de organisatie, er helemaal voor gaan.
Vandaar dat de ignatiaanse gehoorzaamheid samengaat met vrijheid. Vandaar de kwetsbaarheid die inherent is aan dit model. Het is wellicht nog het meest eisend voor de leidinggevende van wie veel geduld, mildheid, mensenkennis, nederigheid worden verwacht.
Hopelijk is ook duidelijker geworden dat de grappige dialoog aan het begin van dit artikel veel waarheid bevat. Dat is eigen aan humor. En waarschijnlijk is nu ook helder: wie overste wordt, moet vooral kunnen luisteren en is niet per definitie een “verloren schaap van Israël”!
Nikolaas Sintobin (°1962) is een Vlaamse jezuïet die al vele jaren Amsterdam als basis heeft. Van hieruit levert hij een grote bijdrage aan de bekendmaking van de ignatiaanse spiritualiteit door spreekbeurten en publicaties. Deze publicaties vinden in toenemende plaats via het internet, maar bijvoorbeeld ook via boeken die de moeite waard zijn. (Zie elders in dit nummer van Cardoner.)
Nederlandse publicatie: Dit artikel verscheen in Cardoner 2026/1

Dit artikel verscheen in Cardoner 2026/1
Bekijk alle artikelen van Cardorner