
Franz Jalics sj. Foto: Haus Gries
De contemplatieve oefeningen van Franz Jalics sj zijn vanuit een heel harde realiteit ontstaan. Dit helpt ons om zijn radicaal-contemplatieve levenskeuze nog beter in te schatten.
De contemplatieve oefeningen van Franz Jalics sj zijn vanuit een heel harde realiteit ontstaan. Dit helpt ons om zijn radicaal-contemplatieve levenskeuze nog beter in te schatten.
door Guy Dalcq
Franz Jalics wordt op 16 november 1927 te Boedapest geboren. Hij is telg van een grootburgerlijke familie waar de herinnering en de erfenis van de KuK-monarchie nog sterk leeft. Zijn vader was officier geweest in het Oostenrijks-Hongaars leger; zijn moeder had een diploma in linguïstiek. Franz heeft vier broers en vijf zussen. De eerste jaren volgt hij nog privéonderwijs op het landgoed van de familie te Gyal. Dat is in die tijd nog een ruraal voorstadje even buiten de hoofdstad. Nadien, van 1937 tot 1944, volgt Franz op wens van zijn vader en in diens sporen een kadetten- en een officiersopleiding.
Als hij 17 jaar is, wordt hij als kandidaat-officier naar Nürnberg verplaatst. Hij ondergaat er de vreselijke nachtelijke bombardementen die de symboolstad van de nazi’s vernietigen. Toch is het net in die omstandigheden dat hij een godservaring meemaakt van waaruit het verlangen groeit om priester te worden. Samen met een deel van zijn familie slaagt hij erin om in de chaos van het einde van de oorlog naar Hongarije terug te keren en er alsnog zijn gymnasium af te werken. In 1947 treedt hij in in het noviciaat van de jezuïeten te Boedapest.
In het naoorlogse Hongarije groeit echter de communistische terreur. Zijn vader wordt kort na de oorlog door de geheime politie gevangengenomen en hij komt pas kort voor zijn dood in 1950 vrij. Zijn moeder kan tijdens de Hongaarse revolutie (1956) naar de VS vluchten en wordt er vanaf 1957 leerkracht in Cleveland (Ohio).
Bewust van het gevaar besluit de provinciaal om alle medebroeders die in opleiding zijn tijdig naar het buitenland te sturen. Zo doet Franz zijn junioraat in Beieren (1949-1951) en studeert hij filosofie in Leuven (België) (1951-1954). Hij volgt er ook lessen aan het Collegium pro America Latina (COPAL). Voor zijn regentietijd blijft hij nog twee jaar langer in België, als opvoeder-docent in het jezuïetencollege van Mons (1954-1956).
Na nog een jaar algemene vorming te Chili (1956-1957), start Franz dan zijn theologiestudie in San Miguel, op zo’n 30 kilometer van Buenos Aires. De jezuïeten hebben daar een eigen theologische faculteit. Hij studeert er theologie van 1957 tot 1962 en wordt in 1959 tot priester gewijd.
Theologie boeit hem zeer en hij drukt de wens uit om later zelf theologie te mogen onderrichten. Die wens komt uit en na zijn tertiaat te Cordoba (Argentinië), doceert hij theologie van 1962 tot 1976. Hij is tevens spirituaal van de scholastieken. In die functie begeleidt hij talloze retraites. In 1966 werkt hij zijn proefschrift af over de woestijnvader Johannes Cassianus (370-435 n.C.), een belangrijke brugfiguur tussen het Egyptisch en Westers monachisme, een studiedomein dat veel zegt over Franz Jalics’ contemplatieve belangstelling. Hij publiceert ook zelf boeken over bidden en geestelijke begeleiding.
In 1974 besluit Franz om met twee andere medebroeders in een armenwijk van Buenos Aires voor en met de armen te leven en om er samen te bidden. De politieke situatie in Argentinië is evenwel uiterst kritiek en in 1976 volgt de militaire putsch onder luitenant-generaal Videla die tot 1983 zal standhouden. Het is een dictatoriaal regime met naar schatting 30.000 moorden, eindeloze martelingen en talloze verdwijningen. Dit schrikbewind wordt meestal de “vuile oorlog” genoemd.
Ook Franz Jalics zelf wordt opgepakt en hij moet zes maanden lang vastgeketend en geblinddoekt het gevangenisregime ondergaan. Daar helpt hem het Jezusgebed dat hij door zijn vroegere lectuur van De oprechte vertellingen van een Russische pelgrim had leren kennen.
Het is voor hem en zijn medebroeder een vreselijke tijd van angst, terreur, marteling en hoogste verdrukking. Zijn bewakers zijn verwonderd over zijn diep geloof en als duidelijk wordt dat hij “toch geen guerrillero” is, krijgen hij en zijn medebroeder een slaapinjectie. Ze worden in een bestelwagen gesleurd en per helikopter halfnaakt op een veld buiten de stad gedumpt.
In 1976 verlaat Franz Jalics Argentinië en reist hij eerst naar de VS en dan verder door naar Duitsland. Van 1980 tot 1984 leidt hij vele retraites her en der in het land tot hij in 1984 in Gries (Duitsland) een vaste stek vindt. Hij leidt er het bezinningscentrum tot 2004, af en toe onderbroken door bezoeken aan India. Geleidelijk aan ontwikkelt hij er een gebedsmethode en een retraitevorm die vaak de naam “contemplatieve oefeningen” meekrijgen.
Deze gebedsvorm wordt vooral gekenmerkt door het Jezusgebed dat in het leven van Franz Jalics van zo’n cruciale, levensreddende betekenis is geweest. Een uitwerking van deze gebedsmethode vindt men o.m. in zijn belangrijkste publicatie Contemplatieve Oefeningen (uitgeverij Carmelitana).
In 2017 verhuist de stilaan uitgeputte Franz Jalics naar zijn geboortestad Boedapest waar hij op 13 februari 2021 – op 93-jarige leeftijd – overlijdt. Zelden was gebed zo eng in realiteit en zelden was realiteit zo eng in gebed verankerd als bij deze vredevolle man wiens diepe, liefdevolle blik niemand onberoerd liet. Een meester in het gebed en een groot jezuïet.
Guy Dalcq is lid van de redactie van Cardoner.
Publicatie: Cardoner 2025-3

Bekijk alle artikelen van Cardorner